Knightsrazor
Knights of the Razorblades
 
de Orde webtempel ridder worden de Orde en de wereld contact contact
   
ridders : Ridder : Derek van 't Gulle Zand

  nieuws  
  projecten  
  e-magazine  
  orde en de wereld  
  Razor's Edge  
  sitemap  
     

Webbouwstuk - Op schattenjacht - Deel 4

OP SCHATTENJACHT IN RENNES-LE-CHATEAU - 4

Hoofdstuk 3

Op het spoor van een mysterieuze orde…

Einde augustus 2007, om middernacht.
Ik heb een afspraak met een groep enigmatici, die mij per se willen verklaren waarom ze zo zijn. Mijn bekende nieuwsgierigheid heeft mij doen “begeven”.
Het huis van afspraak ligt in Alet (dichtbij Rennes-le-Château). Het ongeloof dat mij zo vaak drijft en mij meestal ironisch stemt, gooi ik overboord om te kunnen genieten van een intens “moment de vivre”. Ik speel het spel mee!
Ik kom in Alet aan om kwart voor middernacht. Klokslag 12 komen drie auto’s aangereden. Vol licht, met veel cc, die zich stationeren op een paar meter van mij. Wij bevinden ons dicht bij het station.
Twee mannen in het zwart, met hoed, stappen uit de eerste wagen en vragen mij hen te volgen. Zij geven mij een teken om in de tweede auto, op de achterbank, plaats te nemen. Ik word geblinddoekt. Zij lopen terug naar de eerste wagen en schuren de nacht in, gevolgd door de tweede auto met mij achteraan en de derde.
Na een kwartiertje, - schat ik, - houden zij halt en zeggen mij dat wij op de plaats van bestemming zijn gearriveerd.
Eens buiten doet het parfum mij vermoeden dat wij in de open natuur staan. Mijn blinddoek wordt er af gehaald en ik zie dat wij pal voor een landhuis staan. In de verte merk ik licht dat lijkt op de verlichting bij een monument.
Binnen in de woning tel ik zes man, de zes die mij tot hier hebben gebracht. In de inkom van het huis dat schaars is gemeubeld, staan twee zetels in bordeaux rood, die mij doen denken aan de jaren ’50. Zij staan recht tegenover een monumentale trap. Ik mag gaan zitten. Vier man verdwijnen en laten mij over aan de “zorg” van de twee andere die rechtop naast mij blijven staan.
Na een tijd die wel een eeuwigheid lijkt, gaat een deur in vol hout open en twee mannen komen naar mij toe, met een levendig gebaar vragen zij mij om mee te komen. Ik tril op mijn benen van zenuwachtigheid.
Met trage en plechtige stap komen wij in een zaaltje waar enkele personen op een soort van bidbank zitten zoals je die ziet in het koor van een kerk. Ze zijn gekleed in een zwarte soutane. Ik schat dat ze met een 30-tal zijn. Allen zijn zij gemaskerd.
Ik word naar het midden van de zaal geleid, over een mozaïek die uitloopt op een verhoog met drie treden. Daar bovenop in een monumentale, in hout gesneden zetel  -  17de-eeuws - zit een man die door zijn plaats de chef lijkt te zijn van het gezelschap. Het doet mij denken aan paramaçonnieke loge. 
Ik moet gaan zitten in een stoel die men daar voor de gelegenheid heeft geplaatst.
Dit alles gebeurt heel langzaam, zonder enig teken van agressie, plechtig en ingetogen.
Het licht in de zaal komt van een grote luchter met heel veel kaarsen rondom en van zevenarmige kandelaars, opgesteld aan beide zijden van de zaal, dicht bij de twee rijen aanwezigen. Toch is het licht schaars en gedempt.
Een lange stilte geeft mij de kans om alles goed te observeren. Achter het belangrijkste personage, op de hoogte van zijn hoofd, zie ik een grote ingecirkelde A, en op dezelfde muur, rechts van mij, een enorm portret van Bérenger Saunière, en links  abt Gélis.
Waar ben ik ingetuimeld?
De centrale figuur, die in zijn linkerhand een kruisbeeld houdt, staat recht, zijn rechterhand op de hartstreek. Iedereen staat recht en in dezelfde houding.
Na enkele welkomstwoorden vraagt de meester van het gebeuren ons om neer te gaan zitten. Hij houdt een lang historisch discours van ruim een uur. Hij heeft het over Bérenger Saunière, abt Gélis die ik niet ken, over paus Leo XIII, over Balaguer, de stichter van Opus Dei, over de katharen en de tempeliers, over Jezus, Maria-Magdalena, de dynastie van de “geheime” koningen, over graven en crypten.
Dan richt hij zich tot mij. Het is hem bekend dat ik maçon ben, rozenkruiser, lid van “l’Orde des Lames” en voorzitter-voor-het-leven van de “Orde van het Zwarte Schaap”. Ik schrik mij een aap.
Ik krijg niet eens de tijd om vragen te stellen. Vooral het feit dat ik auteur ben en artikels pleeg over geheime genootschappen en over de schat van de Tempel van Jeruzalem, de Merovingische koningen, Rennes-le-Château windt hem zienderogen op.
Ik begrijp nu pas dat deze orde, de mensen bij wie ik nu te gast ben, graag wil communiceren met de profane wereld en dat zij mij wil gebruiken als intermediair.
Na zijn betoog wordt mij toelichting en opheldering verstrekt over documenten die de filiatie bevestigen.
De Meester heeft mij bedenktijd en zal later opnieuw met mij contact nemen. De volgende keer zal hij mij uitnodigen naar de crypte van de oude abdij van Alet waar de inwijdingen plaatsvinden.
De zitting wordt gesloten. De aanwezigen, met als laatste de voorzitter, verlaten de zaal. Zij die mij tot hier hebben gebracht, komen mij halen en wij verlaten de plaats zoals wij gekomen zijn: in limousine en geblinddoekt.

Derek van ’t Gulle Zand

 

terug naar webbouwstukken Geef commentaar(0)