Knightsrazor
Knights of the Razorblades
 
de Orde webtempel ridder worden de Orde en de wereld contact contact
   
ridders : Ridder : Derek van 't Gulle Zand

  nieuws  
  projecten  
  e-magazine  
  orde en de wereld  
  Razor's Edge  
  sitemap  
     

Webbouwstuk - Op schattenjacht - Deel 3

OP SCHATTENJACHT IN RENNES-LE-CHATEAU - 3

Hoofdstuk 2

Bérenger Saunière

Dit klinkt misschien ongeloofwaardig, maar ik heb Bérenger Saunière ontmoet. Neen, ik ben niet gek en neen, ik heb het niet gedroomd, en neen, je hoeft dit niet te catalogeren als verzinsel of verbeelding.
Het geschiedde op die woensdagmorgen in augustus, einde augustus van 2007, juist. Ik had besloten om Rennes-le-Château voor de tweede keer in tien jaar te bezoeken.
De ochtend was helder verlicht en open gelucht. Ik beklom de heuvel van Rhédae als een echte pelgrim…
De weg was nu beter verhard met winkeltjes aan beide kanten van het straatje. De commercie had duidelijk profijt geroken. Toen ik bijna boven kwam, volgde ik de weg langs het oude kasteel van de Heren Van Hautpoul. Mijn blik liep uit op de ruïnes van het kasteel van Coustaussa, enkele heuvels verderop.
Ik aarzelde niet en zette mijn tocht met fikse tred verder. Links sloeg ik het domein van de pastoor in. Daar hield ik even halt om het prachtige landschap te bewonderen.
Even verderop kwam ik bij de Magdala toren. Een ideale plek om te mediteren. Een onbekende angst overmande mij. Ik werd ongerust. Het leek of ik mij bevond in een exclave of veeleer deel uitmaakte van het landschap op het blauwe doek in de bioscoop.
Ineens, bij de ingang tot de toren, merkte ik het zwarte habijt van een pastoor. Ik naderde voorzichtig, de man stond met zijn rug naar mij, een wandelstok in de rechterhand.
Ik verzamelde al mijn moed en fluisterde: “Bérenger?”
Het silhouet keerde zich om. Eerst zag ik zijn haar, dan het hoofd en de rest van het lichaam, alles bewoog traag in een blauw licht. Ik hoorde op de achtergrond muziek van Chostakovitch.
“Ja, ik ben het.”
Wat nu? God, sta mij bij. Het was Bérenger!
“Goedendag, mijn zoon.”
Ik wierp mij aan zijn voeten, bevoelde zijn schoenen, omarmde zijn kleed… Hij legde zijn hand op mijn hoofd en zei: “Ik zegen je, mijn zoon.”
Een felle zonnestraal lichtte het tafereel op… De vorm van de pastoor vervaagde. Ik probeerde hem niet uit het oog te verliezen en hield mij vast aan zijn habijt, zolang tot een stukje stof in mijn hand overbleef…
Het beeld loste nu snel op. Ik bleef geknield, door schrik overmand, wiste mijn tranen met het stukje habijt…
Na dit wonderbaar voorval begreep ik de waarheid van het mysterie. Nooit zou ik hier nog terugkeren.
Altijd heb ik het stukje stof bij mij, als een relikwie, als mijn stoffelijke band met het geheim. Zoals het rode draadje van de basiliek van Dadizele.

Derek van ’t Gulle Zand

 

terug naar webbouwstukken Geef commentaar(1)