| |
|
|

|
Toen ik het voorwoord tot deze editie - zoals gebruikelijk - had ondertekend met “De Grootmeester”, kwamen enkele vragen bij mij op.
Wat betekent het woord “Grootmeester”? Door een speling van het lot, indien dat bestaat, werd ik door de online-treding van de Orde Grootmeester. Verantwoordelijk voor het virtuele avontuur van de Orde. Maar is deze titel “Grootmeester” belangrijk en nodig? Is het in goede banen leiden van de Orde op de virtuele snelweg niet voldoende op zichzelf als bewijs van “groot” zijn (wat dit groot zijn dan ook mag betekenen)?
Deze vraag stellen riep bovendien ook de vraag op of de verschillende titels of graden van onze ridders/jonkvrouwen nodig zijn? Moet een Orde die over het scheermes zegt dat het symbool staat voor o.a. “ongekunsteld, eenvoudig, zonder aanstellerij, …” geen Orde zijn zonder graden? Een Orde die zich niet verliest in het verlenen van titels of namen zoals anderen plegen te doen. Een Orde die waarlijk “de scheppende arbeid prijst waar hand en hoofd de levenloze stof tot schoonheid vervormen, arbeid die bevrijdt en waarin de mens zichzelf verwezenlijkt“, zoals in onze princiepsverklaring prachtig staat verwoord.
Een “Ridder van het Scheermes” kan “Volmaakt Ridder van het Scheermes” worden door het bewijzen van voornoemde arbeid via het aanleveren van webbouwstukken. Is het bestaan van deze webbouwstukken dan niet voldoende bewijs dat levenloze stof tot schoonheid kan worden vervormd? Voor wie is deze titel/graad belangrijk? Voor de ridder/jonkvrouw of voor de (virtuele) aanschouwer van de dingen?
Bewijst de creatie van deze webbouwstukken niet vanzelf het “veranderen” van de persoon die ze creëert? Is het nodig om dit “veranderen” een naam te geven in de vorm van een graad? De “veranderende persoon” is een proces dat vanzelf toont dat er beweging is. Brengt de benoeming van deze verandering door het verlenen van een titel/graad dan iets bij? De benoeming in de vorm van woorden kan evenzeer verhullen als onthullen. De emotie of gevoelens die de maker of de toeschouwer ervaart tijdens het creëren of beschouwen van een webbouwstuk kan niet in woorden uitgedrukt worden. De energie die hiervoor nodig is, is zo mysterieus en kan geen naam krijgen. Liefde kan men niet uitdrukken in woorden maar enkel “ervaren”. De geur van de roos kan niet in woorden beschreven worden, maar moet ervaren worden. De woordkunstenaars onder ons proberen dit en hoe moedig zijn ze niet! Getuige daarvan dit e-magazine en de webbouwstukken van onze ridders en jonkvrouwen. De beeldkunstenaars onder ons proberen woordenloos diezelfde ervaring van mysterieuze energie uit te beelden. Ook zij verdienen onze lof!
Een graadloze orde dus, die vermijdt dingen een naam te geven die niet benoemd kunnen worden? Of toch niet?
De … |
| |
| |
|
EEN EERSTE TEKEN VAN WELSTAND TE LANDE
EEN WELKOME VERFRISSING
IN DE HITTE VAN ZEE EN DUINEN
Toen ik 10 jaar was, wilde ik ijsjesverkoper worden. Of met mijn bakfiets pakjes vervoeren. Goed voor de fysiek, veel buiten. Door regen en wind. Het had iets heroisch. Bij mij in de buurt woonde een ijsboertje dat zijn ijs zelf maakte van zijn eigen koetjes. Behalve dat zijn ijsjes heel goedkoop waren, waren ze ook extreem lekker. Je kreeg drie bolletjes, maar dan echte bolletjes.
Ik werd echter een onderwijsmens en reed rond om kinderen te werven voor de school. Met de auto.
De oosprong van ijsjes gaat in de geschiedenis terug tot de 4de eeuw voor onze tijdrekening. Ken je het verhaal van de Romeinse keizer Nero? Die “brave” man bestelde zijn ijs rechtstreeks vanuit de bergen en serveerde het met verse vruchten. Er wordt gezegd dat een Chinees een methode uitvond om ijs te mengen met melk. Het ijs zoals wij het nu kennen, is bedacht in Italië tijdens de Renaissance.
In de jaren ’30 van de vorige eeuw kwamen voor het eerst de ijsventers op de weg. Ze hadden een vaste ijsronde. Sommigen reden met een kruiwagen met daarboven op een tonnetje met een aantal liters schepijs. Aanvankelijk werd het ijs enkel op zondag verkocht. Tot de jaren ’50 waren er ijsjesverkopers met paard en kar. Geen milieuvervuiling, geen ronkende motor, wel paardenvlaaien op straat, de landelijke paardengeur en een tingelende bel. De venters waren stijlvol gekleed, inclusief witte pet. IJsjes werden op ambachtelijke wijze gemaakt: verse melk werd gekookt en daaruit werd er ijs gemaakt. Daarna werd de fietstriporteur gebruikt om ijsjes te verkopen. In de jaren ’60 kwam de auto.
Hartje zomer, snikheet, kwamen de ijsjesverkopers naar buiten. Ze lokten klanten met een muziekje of een geluid. Wie zin had in een ijsje, schoof aan en bestelde. Er waren meestal twee of drie smaken: vanille; aardbei en chocolade. Later kwamen daarbij mokka, pistache, banaan en praline. Tijdens de middag zag de besnorde ijsjesverkoper zijn voorraad even snel minderen als zijn geldbeugel groeien. Na een half uur was zijn voorraad reeds gehalveerd. Je zag moeders met hun kroost spurten om nog een ijsje te halen, de muntjes in de aanslag en de bestelling reeds prevelend.
Wanneer in 1968 het gebruik van de diepvriezer aan populariteit wint, leren de grote ijsverkopers de roomijstechnologie kennen. Het schepijs maakt plaats voor het houdbaar diepvriesroomijs.
IJs is eigenlijk niets meer dan perfect bevroren water, waaraan grondstoffen worden toegevoegd om te voorkomen dat je een gewone diepgevroren blok ijs krijgt. Het mengsel van grondstoffen en water wordt mix genoemd. Een van de belangrijkste ingrediënten van ijsmix is suiker. Suiker voorkomt dat het mengsel dat je in de machine doet helemaal bevriest. De machine zorgt ervoor dat de mix wordt bevroren, maar dat er ook lucht wordt doorwerkt.
Terwijl je dit leest, is het heerlijk weer en dus tijd voor een lekker ijsje. Scholieren komen uit de school en haasten zich naar de ijsverkoper die zijn vaste stek heeft in de straat. Laat je niet pramen, draal niet, koop ook een ijsje met drie bollen, trakteer je huisgenoten of je vriend of vriendin.
En, waarachtig, hoor ik daar de ijsjesman niet? Of beter het muziekje van een authentiek ijskarretje? Heerlijk dat die karretjes weer op straat verschijnen! Voor sommigen is dit straatlawaai. Amai zeg, mensen kunnen toch onverdraagzaam zijn!
In Le Soir van 11 februari 2005 stond in een artikel over Eddy Merckx dat hij in zijn jeugd een half uurtje op zijn “bécane” diende te trappen om 20 liter “crème glacée” te halen. Welnu, lezer, dat ijskarretje of die -fiets staat in het Bakkerijmuseum van Walter Plaetinck te Veurne.
Hélène |
| |
| |
“Het gaat beter met de wereld dan ze zeggen.”
Wetenschappelijke feiten tonen dit aan. Voorbeelden.
- De lucht is in de loop van de tijd schoner geworden. Door het gebruik van aardgas in plaats van steenkool is de luchtvervuiling nog maar een fractie van in de jaren ‘70.
- Ook de hoeveelheid fijn stof in de lucht (nu regelmatig in het nieuws) is niet te vergelijken met vroeger. Een Britse onderzoeker heeft berekend dat we momenteel nog maar 1% fijn stof hebben t.o.v. vorige eeuwen. Ook weer omdat we geen steenkool meer stoken.
- We werken gemiddeld nog maar 17 uur per week! Honderd jaar geleden was dat nog 60 uur per week.
- De afgelopen eeuw is er 50% bos bijgekomen.
Dat klinkt inderdaad allemaal niet slecht! Waarom horen we deze feiten dan nooit? Simpel: slecht nieuws verkoopt, goed nieuws niet. Er zijn natuurlijk heel wat groepen en instanties die er baat bij hebben zoveel mogelijk slecht nieuws te verspreiden. Subsidies, budgetten, arbeidsplaatsen zijn in het geding en teveel goed nieuws is natuurlijk niet de bedoeling. Stel je voor dat mensen erachter komen dat je als “vereniging” geen bestaansrecht meer hebt!
“Bomen schaden het milieu.” De journalisten hadden een pakkende kop en de Groenen hadden een week werk om alles in het juiste perspectief te plaatsen. De onderzoeker die in het wetenschappelijke tijdschrift “Nature” dit had verklaard, repte zich om zijn uitspraak recht te zetten. “Ja, planten kunnen methaan (een broeikasgas) afgeven, maar het opname effect van C0² is 50 x sterker!” Bomen blijven dus goed voor het milieu. Dat is geen nieuws, maar wel de waarheid.
Volgens een publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift “Nature” nemen bomen niet alleen C0² op, maar produceren ze ook methaan (CH4). Dat is een sterker broeikasgas dan C0². Dat kan misschien waar zijn, maar bossen leggen hoe dan ook C0² vast. Het kan dus betekenen dat we veeleer veel meer dan minder bossen moeten aanplanten.
Het aanplanten van bossen zou echter minder effectief zijn dan we dachten, maar we rnoeten de methaanproductie niet groter maken dat zij is. Dit onderzoek geeft een verklaring voor iets dat we vroeger niet begrepen: op satellietbeelden zien wij dat er boven de tropische regenwouden relatief veel methaan in de atmosfeer zit. De uitkomsten van dit onderzoek vormen het laatste puzzelstukje. Ze kunnen de voorspellingen van het klimaat minder onzeker maken. Het effect van methaan is echter beperkt. Het totale aandeel van methaan in het broeikaseffect is slechts 20%, drie keer minder dan het aandeel van C0². Bovendien gaat het bij de emissie van methaan door bossen om slechts 1/3de van de totale emissie van methaan.
Na de publicatie in “Nature” kwamen andere onderzoekers tot de conclusie dat het planten van bossen niet averechts werkt, maar wel dat het effect van aanplanten met ongeveer 10% wordt gedempt. Bosgebieden die volgens de oude berekeningen nog zorgden voor 10 miljoen ton minder broeikasgassen, zullen voortaan in de boeken worden opgegeven met 9 miljoen ton minder.
Die 10% moet je zien als een orde van grootte, die vooral afhankelijk is van het soort bossen. Het dempende effect van de productie van methaan zal in tropische bossen groter zijn dan in de bossen in noordelijke streken. Hoe dan ook, met de uitkomsten van dit onderzoek zal moeten worden rekening gehouden bij de onderhandelingen over klimaatbeleid op langere termijn. Andere maatregelen dan het aanplanten van bossen worden door dit onderzoek natuurlijk relatief aantrekkelijker.
Uiteraard moeten wij verder maatregelen nemen tegen het broeikaseffect. We moeten echter voorzichtig zijn met de inzet van bossen als maatregel tegen het broeikaseffect. Er zitten altijd risico’s bij het aanplanten van bossen als maatregel, want bossen kunnen ook weer gekapt worden.
Het Wereld Natuur Fonds (WNF) wijst erop dat volgens het “Nature”‑onderzoek de methaanproductie niet zó groot is, dat het de positieve werking van het vastleggen van C0² door bossen overtreft. Daarmee blijft de positieve werking van bossen op de hoeveelheid broeikasgassen onverminderd belangrijk. Anderzijds valt het klimaatprobleem niet op te lossen door alleen het aanplanten van bossen. De echte oplossing van het klimaatprobleem ligt in het investeren in schone energie.
Het totale aandeel van methaan in het broeikaseffect is slechts 20%
Derek van ’t Gulle Zand |
|
De vrouw is een pauw
zonder veren, ze zoekt
naar het keren van de
maan en de man staat
arm in arm met gebalde
vuisten in een verdwaasde omgang
(vind die en je wordt gezocht).
In een verzonnen blik verraadt
de liefde op het eerste zicht
een laatste plicht.
De vrouw
is een pauw zonder
kleren, de veren blokkeren
enkel het geschilderde gezicht,
ze laat zich zien
in een ander licht.
Ridder Theofilus Scarlatti |
| |
| |
Levende legende
heilige engel
maagd van Orleans
Haren kortgeknipt
ten strijde getrokken
voor geloof en liefde
overwonnen
Vrouwelijkheid en borsten gekneld
in harnas
zodat ze één van hen
zou zijn
Onschuld als geschenk
slechts de stemmen gevolgd
voor eer gevochten
nu door vlammen omhuld
Bedrogen
gevallen engel
vrouw geworden meisje
in wit wapperend kleed
Rook omhult haar gezicht
ogen staren
een laatste traan
dooft het vuur
voor eeuwig bevrijd
Jonkvrouw Schoone Vlaemsche |
| |
| |
| “Toen je mij de opdracht gaf, mij te bevragen, mij te bezinnen over de muziek en de tekst van Bob Dylan en die gevoelens te visualiseren, was ik vereerd, jawel, maar ook bang dat ik die taak niet tot een goed einde zou kunnen brengen. Ik ben geen muziekrecensent en ook helemaal niet muzikaal begaafd, behalve dat mijn poëzie door de critici dikwijls als muzikaal werd omschreven,” zeg ik aan journalist Luc Demiddele.
Bob Dylan beluisteren is altijd een gebeurtenis. Niet zozeer omdat Dylan vaak zijn visie geeft op “belangrijke politieke gebeurtenissen”, maar veeleer omdat hij een poëet is, een troubadour die zingt over de twee grote thema’s van alle kunst: liefde & dood. Niet zo uitzonderlijk ook de thema’s van mijn poëzie. Voor mij is Dylan niet in de eerste plaats een protestzanger, toch niet in de enge betekenis van dat woord, maar dat imago zal hij wel nooit meer kwijt raken. Hij bereikt iedere keer een staat van volmaaktheid als tekstschrijver. Hij schrijft literatuur.
Ook vandaag blijven de thema’s in zijn werk schuld, boete en verlossing, liefde en lijden, innerlijkheid en onthechting. Zijn stem kraakt aan alle kanten, hij wisselt vaak de gitaar voor de piano wegens rugklachten.
Als liefhebber van Bob Dylan ben ik misschien bevooroordeeld, mijn oordeel is ongetwijfeld subjectief, maar wie kan emotieloos en neutraal luisteren naar zang en teksten van de man? Dylan rulls! Mijn hart warmt op bij het vertrouwde stemgeluid van die man. Met zijn gevoelige gitaarcomposities en het meeslepende ritme maakt hij van elk nummer een parel. Of zou het zijn schorre, nasale schuurpapieren stem zijn waarvoor ik val?”
Het akoestische “Not Dark Yet” b.v. is een lange, maar boeiende notensamenstelling geworden. Ook hier hoor ik de eenvoudige blues- en countryschema’s, begeleid door een uitstekende band. Een tekst die ook na herhaalde beluistering stof tot nadenken geeft. Ondanks zijn rasperige stem een paar keer overslaat, blijft “Not Dark Yet” zoveel urgentie uitstralen.
Tekst, lied, toonkleur geven mij geen kans om te ontsnappen aan je lot, ondanks ik in de verte licht aanschouw en aankomend geluid, ik lucht op en ik wacht af, ik voel mij en passant in een tussenland, de zanger stelt vast, ik onderga en biedt weinig weerstand aan zijn irriterend komen en gaan, opleven en langzaam afgaan, de donkerte valt net nog niet, maak je geen begoochelingen, aanvaard.
In “Ain’t Talkin’” trekt Dylan door de Secret Garden zonder commentaar of zedenpreken: “Ain’t talkin’, just walkin’.” Toch heeft Dylan nog dat felle: hij zou zijn vijanden doden in hun slaap. M.a.w. geen heldendaden. Het geweld zit in onszelf. Bovendien bakken wij er op wereldvlak weinig van. We worden meegesleurd door een helse machine (die we zelf maakten, zoals in “Modern Times” van Chaplin). We denken niet (meer), er wordt voor ons gedacht. We kregen een Mystic Garden cadeau, maar “the flowers are wounded”. Ain’t talkin’ just walkin’, I’ll burn that bridge before you can cross. Beeld van de oorlog in Irak: precisiebommen, oorlogspropaganda, vervreemding. Geen plaats meer voor contemplatie al lijkt dat wel levensnoodzakelijk: “In the heart dwells an evil spirit”. Hij lijkt verloren te rijden met zijn blind paard in een wereld waar geen plaats meer is voor hem en zijn geliefden.
“There ’s no one here, the gardener is gone. Ain’t talkin’, just walkin’ up the road, around the bend. Heart burnin’ still yearnin’ in the last outback at the world’s end”.
Dit is een visionair, apocalyptisch lied.
Ik voel mij gelaten, onverschillig, veeleer stoïcijns, de omgeving heeft geen vat op mij, zijn raspende stem boort monotoon in mijn ijle hoofd, ik krijg het koud, rillerig, ononderbroken giet hij drek over mijn hoofd, ja, dat is het: de wereld om mij heen is vlak, doordringbaar en toch niet transparant, effen, rustig kabbelend water, weinig beweging, een slakkengang, een donkere bedding met traag bewegend water…
Ik bewierook Bob Dylan niet, maar hij imponeert. Hij komt over als een charismatische en intrigerende persoonlijkheid. En weer hoor ik die stem die nog eens een gat in mijn hoofd zal boren. Moeiteloos gaat hij over van folk naar rock ’n roll. Echt gerockt wordt er niet, Dylan zingt veeleer blues, country, folk en voorzichtige swing. “Everything is broken” heeft een warm, wollig geluid en de stem van de zanger is goed te verstaan. Toch is ook hier zijn tekst donker.
Ik geniet van de wijze waarop hij het normale recept van doodsimpele teksten in de popmuziek weet te verheffen tot het onstuimige niveau van een complexe weergave van een actueel levensgevoel (soms als politiek-sociaal commentaar). Hij introduceerde een rijke beeldspraak en een verwoording van een bewustzijnstroom, van gedachten en invallen, soms op absurdistisch-komische wijze. Ook hier, in dit lied, is poli-interpretatie mogelijk.
Opgezweept, mijn pas versnelt, ik loop de duisternis tegemoet, net of ik word opgeboeid door een ineenstortende wereld, ik ga gelukkig heen, ik ga onder, ik geef het op, ik koester zoete troost: het is over voor iedereen.
Joris
|
| |
| Razor's Edge: |
| Een nieuwe uitgave is in voorbereiding:
"Voorgaande Naloper"
gedichten van Ridder Maularia Fist

|
| "De 50 Meesterdichters van de lage landen bij de zee" |
Tot op heden werden 34 dichters geselecteerd om deel uit te maken van "De 50 Meesterdichters van de lage landen bij de zee". Zij zijn voor één jaar "solliciterend Meesterdichter":
(in alfabetische volgorde)
Marcella Baete, Bert Bevers, Annette van den Bosch, Marc Bungeneers, Gunnar Callebaut, Frans Claus, Jeannine Debbaut, Lidy De Brouwer, Leni De Goeyse, Jenny Dejager, Thierry Deleu, Luc Demiddele, Ferre Denis, Astrid Dewancker, Germain Droogenbroodt, Fernand Florizoone, Ludo Geloen, Hejatomsma, Patricia Lasoen, Frédéric Leroy, Cathy Mara, Mark Meekers, Peter Motte, Edith Oeyen, Eric Rosseel, Maurits Sterkenburg, Guy Vandendriessche, Yerna Van Den Driessche, Eric Vandenwyngaerden, Pien Storm van Leeuwen, Jan Van Loy, Katelijn Vijncke, Pom Wolff en Peter Wullen.
Inlichtingen: zie onze website of bij |
| |
Voel je je aangesproken om ook ridder te worden?
Via de sectie ridder worden op de website krijg je meer informatie over toetreding tot de orde. Man of vrouw, computeringewijde of -leek, iedereen met een gezonde drang naar kennis en absurditeit, komt in aanmerking.
Meewerken aan The Razor?
Meewerken aan The Razor vereist geen lidmaatschap! De Grootmeester oordeelt over de eventuele plaatsing van uw bijdrage. Stuur uw bijdrage naar de Grootmeester. |
|
|
|
|