Inhoud   2de jaargang, nr. 4, feb 2006
voorwoord
kennen
waarheid
webbouwstuk
aankondigingen

 Voorwoord van de Grootmeester

In tijden waar cartoons zorgen voor internationale problemen, verschijnt de derde editie van "The Razor". Weer met enige vertraging maar beter een goede Razor dan een snel getekende Deense cartoon.
Om het evenwicht te herstellen in het beledigen van de religies wens ik, in eigen naam, het volgende te zeggen: "Jezus was een homo, de Thora een pulpmagazine en Boedha een luie wouldbe Newton."
Zo, dat is gebeurd en dan heb ik nog een vraag die mij nu al maanden bezighoudt: "Hoe komt het dat, wanneer een zwarte vrouw met haar schreiend kind de tram opstapt, iedereen kwaad kijkt in haar richting en met het hoofd schudt?" Terwijl bij een blanke vrouw iedereen vertederd kijkt en zegt: "Tjah zo is dat met kinderen, ze kunnen niet zeggen wat er scheelt hé."
Raar vond ik dat, maar goed ik laat je genieten van "The Razor". Sta even stil bij wat je doet en denkt en doe dat denken vooral ook eens zelf!"
Veel plezier met "The Razor"!

De Grootmeester

 
Over mannelijk en vrouwelijk kennen
 
Marx en Engels verwelkomden Darwins evolutietheorie als één van de voornaamste spiegels waarin ze hun filosofie van de geschiedenis erkenden. Darwins theorie als een theorie van verandering en evolutie die door immanente wetmatigheden werd gestuurd, paste perfect in het historisch-materialistisch systeem dat Engels zou uitbouwen. Tot de jaren 1920-1930 bleef Darwin voor de meeste marxisten een inspirerend gegeven. Veel grote biologen (bijvoorbeeld J.S.B. Haldane en John Maynard Smith) waren overtuigde marxisten en zij waren ook praktisch militant van de Communistische Partij. Rond het midden van de 20ste eeuw werd progressief links echter afkerig van de biologie en vooral het feminisme koesterde een virulent antibiologisme. De biologie suggereerde immers (wat een understatement) dat sekseverschillen ‘natuurlijk’ waren en dus onveranderlijk. Met de sociobiologie van Edward Wilson die in zijn project om de sociale wetenschappen op te slorpen in de sociobiologie nogal kwistig omsprong met seksistische denkbeelden, werd de breuk tussen feminisme en biologie quasi onherstelbaar: een wederzijdse dialoog werd onmogelijk. De feministen zoals Germaine Greer, Donna Haraway, Sandra Harding en Marilyn French verloren zich in allerlei fallocentrische sociaal-constructivistische visies, waarbij het vrouwelijke verschijnt als een creatie van de mannelijke overheersing en van een strikt fallische manier van wetenschap bedrijven. Griet Vandermassen werpt hier niet ten onrechte tegen op dat vrouwen in heel wat van deze visies wel bevestigd worden als passieve marionetten in handen van mannen die perfect weten wat ze willen. Andere feministen zoals Sherry Turkle en Sadie Plant formuleren positieve vrouwelijke eigenschappen en een idee van een specifieke manier van vrouwelijke kennisverwerving. Die sluit aan bij onze eigen conceptie van het vrouwelijke als een ‘samen’-perspectief, een opgaan in de dingen en in andere mensen in plaats van een ‘tegenover’-confrontatie (in de niet-conflictuele zin van het woord) . Zo ontstaat de idee van een feministische wetenschap, bijvoorbeeld bij Evelyn Fox Keller. Evelyn Fox Keller baseert haar vrouwelijke wetenschap op de eigen wijze waarop de vrouw zich verhoudt tot de Natuur, in de zin zoals wij die zelf als een ‘samen’-ingesteldheid hebben opgevat. Griet Vandermassen, die zich op het standpunt stelt van een ‘objectieve’, afstand nemende wetenschap, verzet zich heftig tegen de idee van een feministische wetenschap. De methodologieën van de objectieve wetenschap beogen verschijnselen te bestuderen op zo’n wijze dat de onderzoeker, man of vrouw, zo veel mogelijk weerstand biedt tegen vooroordelen en vooringenomenheden. Dat daarbij fouten worden begaan, is menselijk, maar de toevloed van vrouwelijke wetenschappers in de laatste decennia zorgt voor een balans en een ingesteldheid van de wetenschappelijke gemeenschap waarbij seksistische perspectieven, zowel van mannen als van vrouwen, worden geneutraliseerd. Ons verschil tussen ‘samen’- en ‘tegenover’-attitudes valt evenwel niet zo maar samen met het sekseverschil: evenzeer mannen als vrouwen kunnen een ‘subjectief’ versus een ‘objectief’ perspectief innemen.

Zowel de ‘mannelijke’ Francis Bacon als de ‘vrouwelijke’ hermetische traditie stelden in de 16de-17de eeuw de wetenschap en de kennisverwerving metaforisch voor als een huwelijk. Francis Bacon sprak in zijn Nuovum Organon van een chaste and lawful marriage between Man and Nature. Hierbij is de Natuur de ‘vrouwelijke’ partner die zich gewillig en slaafs moet onderwerpen aan de ‘mannelijke’ partner, de Mens. Deze wetenschap die wil onderwerpen, steunt op afstand name, met andere woorden op het visuele zintuig. De ‘occulte’ hermetische traditie spreekt van een cohabitatie, bijvoorbeeld bij Henry Cornelius Agrippa: ‘habet autem nemo, nisi qui iam cohibitis elementis’ (heeft slechts kennis hij die met de elementen heeft samengeleefd). De ‘vrouwelijke’ hermetische wetenschap stoelt op een fusie met mensen en dingen, zoals kind en moeder. Zij hanteert daarbij vooral de zintuigen van de reuk en de tast die geen afstandszintuigen zijn, maar contactzintuigen. Het samenleven met mensen en dingen bevat een kennis waarvan we ons doorgaans niet ‘bewust’ zijn, omdat het leven meestal niet tot blokkeringen of breakdowns leidt. Pas wanneer het leven blokkeert, gaan we beroep doen op andere meer ingrijpende oplossingen, het obstakel vooral visueel onderzoeken om het aan ons te ‘onderwerpen’. Geuren en tastgevoelens kunnen we wel visualiseren, maar het is moeilijk om aan te leren dat een vieze geur eigenlijk lekker is. Tegenover het visuele staan we echter vrij om het goed of slecht, mooi of lelijk te vinden.

Kunnen deze twee vormen van kennis en wetenschap met elkaar verzoend worden? Kunnen man en vrouw met elkaar verzoend worden, zoals de occulte hermetiek in haar symbool van de hermafrodiet suggereert? We kunnen ze gemakkelijk aan elkaar plakken, ze kunnen copuleren. Maar ze versmelten, dat wordt heikel. Beide vormen van kennis kunnen elkaar ten hoogste aanvullen. We kunnen immers niet én opgaan in de dingen én tegelijkertijd afstand nemen. We kunnen niet (vrouwelijk) naast elkaar zitten én tegelijk (mannelijk) tegenover elkaar staan. De fusie van de twee kennisvormen wordt misschien nog het best bereikt in de activiteit van het lezen. Lezen (zoals in ‘aren lezen’, cf. het Latijnse ‘legere’ = vergaren) verwijst naar het verzamelen en bijeengaren van voedsel, dus naar de vrouw in de prehistorie. In een boek ga je op, je bent samen met het gelezene. Maar je kan elk ogenblik je gedachten laten varen en, zonder bijkomende handelingen te moeten stellen (in een gesprek: ‘herhaal even wat je daarnet zei!’), over het gelezene reflecteren en de gelezen zinnen en ideeën als een voorwerp tegenover je plaatsen en mannelijk gaan ‘bewerken’. En je leest weer verder. Met televisie en video lukt zo’n fusie amper: je moet steeds die vervelende handelingen uitvoeren om het beeld terug te spoelen, waardoor je wordt afgeleid. In televisie ga je op (je amuseert je, je gaat naar de muzen) óf je laat je vrij gewillig informeren en bewerken. Daarom dat het boek in onze tijden van beeldcultuur zich zo kan handhaven: het boek is deels beeldcultuur.

Ridder Gilles de Bardèche
Grimbergen, 4 januari 2006

 
 Waarheid? Vol? Half? Leugen?
 

“De waarheid heeft zich alleen prijs als je de juiste vragen stelt” (Ruther Kopland). Wat is de waarheid? Datgene dat je vindt door openheid, nieuwsgierigheid en creativiteit? Ik weet het niet.

Dichters delen dezelfde gevoeligheid voor non-verbale communicatie en oog voor het unieke. Wat doet poëzie met een mens? Op de een of andere manier komt zij in aanraking met delen in ons hoofd die we verbaal niet kunnen bereiken, die te maken hebben met schoonheid. Ook schrijvers hebben dezelfde empathie.

Het mechanisme van het schrijven is als het onbemeesterbare, de alchemie, het ondoorgrondelijke. Datgene waarover de schrijver of de dichter niet noodzakelijk controle heeft. Schoonheid wordt geboren vanuit een duistere bron die men niet heeft gezocht.

De kracht van het woord kan tegelijk de onmacht ervan zijn. Het woord kan proberen te omschrijven, te catalogiseren, te benoemen. Maar onwillig als het is, laat het zich niet dwingen, niet gevangenzetten, niet kneden. Het lijkt of de woorden op rebelse manier in ons bestaan. Ondergedoken leiden zij een eigen leven. Wat we willen zeggen of schrijven is niet altijd wat wordt gehoord of gelezen. Wat wij begrijpen, is niet altijd wat wordt bedoeld.

De waarheid geeft zich alleen prijs als men de juiste vragen stelt. Wie de waarheid niet wil kennen, stelt geen vragen. Hij begraaft wat hij niet wil zien liever onder ironie. Aanvallen is in zijn ogen beter dan de eigen kwetsbaarheid te durven ontbloten. Alleen dichters en schrijvers durven dat blijkbaar nog in deze tijd. Gelukkig maar.

Toch willen wij allemaal de kunst om een gelukkig leven te leiden onder de knie krijgen.

Derek van ’t Gulle Zand

 Webbouwstuk - PiT
 

Rest van een Mens

vanuit de lucht

zag men hoe hij
uit bed stapte
en zich haastig
aankleedde

met afgemeten passen
zich door de slapende
stad sleepte naar de
dichtstbijzijnde tramhalte

uit beeld verdween
en terug opdook
in een of ander belangrijk
treinverkeersknooppunt

nog later vond men
hem terug op het perron
van een hogesnelheidstrein

na twee uur reizen
door landschappen
zonder een woord
te wisselen
kwam hij aan

in een overgeïndustrialiseerd
land waar hij verdwaalde en
urenlang rondzwierf

in de slagschaduw van koeltorens
langs een pas heraangelegd
wegennetwerk de nietsontziende
blikken van luxeterreinwagens
ontwijkend

zijn spoor
liep dood

in een uitgestrekt regenwoud
nabij een u-vormig klooster
annex gasthuis naast een drukke
verkeersslagader

doelloos
van de ene hypermarkt
naar de andere

 Aankondigingen
 
Razor's Edge:

Razor’s Edge Editions” huisvest de nieuwe print-on-demand uitgeverij van “The Order of the Razorblades”.

Geïnteresseerd? Meer info via deze link.

 

Voel je je aangesproken om ook ridder te worden?

Via de sectie ridder worden op de website krijg je meer informatie over toetreding tot de orde. Man of vrouw, computeringewijde of -leek, iedereen met een gezonde drang naar kennis en absurditeit, komt in aanmerking.

Meewerken aan The Razor vereist geen lidmaatschap! De Grootmeester oordeelt over de eventuele plaatsing van uw bijdrage. Voor info mail de Grootmeester.


Ridder Delafontaine


http://www.knightsrazor.com
CHEVALIEES
Nieuwtjes uit de ridderstand, verzameld door Derek
 

Ridders (“ruiters) waren soldaten die trouw waren aan hun heer of koning. Ze beloofden hem plechtig altijd klaar voor hem te staan en hem te helpen in tijd van nood of oorlog.

De eerste ridders waren gewoon soldaten te paard. Pas vanaf de 12de eeuw moesten deze soldaten zich aan strenge voorschriften en regels houden. De afspraken die ze hierover gemaakt hadden, noemden ze ook de “erecode”. Er waren onder andere speciale regels voor de jacht, aan tafel en tijdens een gevecht. Verder werd er van hen verwacht dat ze zich netjes gedroegen en manieren hadden.

 
Om ridder te worden moest je een man zijn en uit een adellijke familie komen. Ridder zijn was immers heel duur. Denk maar aan de opleiding die je moest krijgen en de spullen die daarvoor nodig waren. Veel geld hebben was dus belangrijk om ridder te worden, maar je kon ook ridder worden als je veel land had. Land gaf veel aanzien en bracht geld op. Om ridder te worden moest je zo vroeg mogelijk met je opleiding beginnen. Vanaf een jaar of zeven werd je naar een ander kasteel gestuurd waar je als een soort hulpje moest leren “dienen” (opdienen, afruimen) en waar je les kreeg in goede manieren. Op de binnenplaats van een kasteel leerde een soldaat de jongens vechten.
 
In de middeleeuwen nam men het niet zo nauw met de hygiëne. Men maakte zich niet zo druk over vuil en vieze luchtjes. De WC was een soort gat waar je op moest gaan zitten. Dit gat kwam uit op de gracht of in een beerput (dit is een put waarin alle menselijke uitwerpselen opgevangen werden.) Zo rond de 15de eeuw werd dit iets  hygiënischer. Als WC‑papier gebruikte men repen linnen en de vloer werd bestrooid met lekker geurende kruiden. Een heet bad was alleen voor de allerrijksten. Men kon moeilijk aan warm water komen. Daar ging heel wat aan vooraf. Hout moest het water verwarmen. Linnen werd gebruikt om de binnenkant van het bad te bekleden. Om het water een lekker geurtje te geven deed men er badolie in. Voor dit alles moest worden betaald. De badprijs was gelijk aan bedrag waarvoor  een arbeider een hele week moest werken.
 
In die tijd zaten overal ratten, in de kelder, in de keuken en in de stallen. Deze ratten aten van het eten en verspreidden op die manier allerlei ziekten. De vlooien in hun huid verspreidden onder andere de pest. Ook wel de zwarte dood genoemd. De zwarte dood heerste heel erg tussen 1347 en 1351. In Europa en Azië stierven wel zo'n 25 miljoen mensen. Dit kwam natuurlijk omdat men nog niet wist dat deze ratten de ziekte verspreidden en dat de mens niet echt een “schoon leven” leidde.
 

In de middeleeuwen vond men kleding heel belangrijk. Vooral de adel. De rijken kleedden zich heel netjes en mooi, omdat men aan iedereen wilde laten zien hoe rijk en mooi men was. De kleuren van de kleren hadden meestal ook een bepaalde betekenis. Blauw betekende dat men verliefd was, geel stond voor boosheid en grijs stond voor verdriet. Vrouwen droegen sierlijke jurken en stopten hun haar weg onder hoofddeksels. Een van die hoofddeksels was de punthoed. Deze was soms wel een meter lang. Aan de binnenkant zat een ijzeren kooi als steun. De mannen droegen meestal een soort maillot met daarover een groot kleed met mouwen. De schoenen waren vrij puntig en gemaakt van stof. Onder de schoenen werden houten zolen gebonden. (Vooral als de straten nat en modderig waren.) In die tijd had men geen kledingwinkels waar je kant-en-klare kleren kon kopen. Je moest naar een kleermaker gaan.

Het gewone volk had geen geld om zich zo netjes te kleden. Zij droegen eenvoudige kleren, zoals tunieken, hemden, wollen leggings, mantels, strooien hoeden, kappen en petten.

 

Bron: link
verzameld door Derek van ’t Gulle Zand



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Als u dit magazine niet meer wenst te ontvangen mail dan naar de Orde met "The Razor is uit" in het onderwerp.