Vriendschap. Soorten vriendschap, zoals ridderlijkheid. Solide ridders, mannenbroeders, zielsverwante jonkvrouwen, levenslange vriendschap, tot in het sterven toe. Deze vriendschap vindt haar oorsprong op een welbepaald moment. Mensen komen elkaar tegen en in hun hoofd en hun hart gaat een luikje open. Ze krijgen het gevoel dat ze elkaar al jarenlang kennen. Alsof ze onbewust samen een stuk leven hebben afgelegd. Toch komen ze elkaar pas daar en dan tegen. Of ze hebben elkaar in twintig jaar niet gezien en bij het eerste gesprek blijkt dat ze hun bibliotheken over elkaar kunnen schuiven De vriendschap kan beginnen of voortgaan. Het toeval bestaat niet. Iets valt je niet toe, het komt je toe.
“Wij zochten elkaar, voor we elkaar gezien hadden, ook door de verhalen die we over elkaar hoorden, die een sterker effect op onze gevoelens hadden dan de berichten redelijkerwijze konden hebben, ik geloof door een of andere beschikking des hemels.”
Soms neemt deze vriendschap buitengewone vormen aan.
“Sinds de dag dat ik mijn vriend verloor, leid ik een kwijnend en lusteloos bestaan. Ik was er al zo aan gewend en op ingesteld om in alles een van de twee te zijn, dat het nu is of ik niet meer dan een half mens ben. Als je bij mij zou aandringen te zeggen waarom ik van hem hield, voel ik dat dit alleen uitgedrukt kan worden door te antwoorden: 'Omdat hij het was, omdat ik het was'. ”
Je moet het gevoeld hebben om het te herkennen. De waarde van een vriendschap toont soms pas haar volle dimensie als ze er niet meer is. Als de dood de gewoonten en de vanzelfsprekendheden bruusk opbreekt.
“De pijn van het afgesneden zijn.” (Het zo vaak op overlijdensberichten gebruikte zinnetje uit een gedicht van Vasalis. )
Het is tegenwoordig de bon ton om in het merkwaardig gevoelige essay De l’ Amitié van Montaigne het verholen verhaal van een homo-erotische liefde te ontwaren. Dit essay blijft een van de mooiste verwoordingen van wat vriendschap tussen twee mensen kan zijn.
Ik las die tekst voor het allereerst toen ik 35 was. Hele zinsneden in het oude Frans zijn mij altijd bijgebleven. Ik moet sommige fragmenten wel honderd keer hebben herlezen. Nu nog raakt Montaigne me nog altijd even diep. Omdat er nu ook herkenning is bijgekomen, beleving van vriendschappen.
Vriendschap is de rode draad in het leven. Vriendschappen overleven vaak andere verhoudingen. Tenminste als de vriendschap van het solide gehalte is, als het de onversneden vriendschap is, waarvan onbaatzuchtigheid een belangrijk onderdeel is. Montaigne zegt daarover: “Als in de vriendschap waarover ik spreek de een iets aan de ander kon geven, zou het degene zijn de weldaad ontvangt, die zijn metgezel aan zich zou verplichten. Want daar beiden er boven alles naar streven elkaar goed te doen, is hij die daar de aanleiding en gelegenheid toe biedt, degene die als de vrijgevige optreedt, daar hij zijn vriend het genot verschaft datgene voor hem te doen wat hij het liefste wil.”
“Vriendschap,” schreef CS Lewis, “is de ontmoeting van naakte zielen, daar waar Eros, de liefde, naakte lichamen samenbrengt. Echte vrienden veinzen niet. Ze zijn in staat elkaar harde waarheden te vertellen en daarna toch de armen over elkaar te leggen en de vriendschap onverminderd te laten duren.”
Als je je vrienden niet kunt beladen met je zorgen, als je de façade moet ophouden, als je niet kunt zeggen wat je niet aanstaat in hun doen en laten, dan gaat het misschien niet om vriendschap, maar om een veel oppervlakkiger relatie. Maten, kenissen heb je natuurlijk ook nodig. Maar dat soort relaties wordt opgelost in de tijd en verzwakt door de afstand.
Een mens zou in een boekje de namen moeten schrijven van wie hij denkt tot zijn echte vrienden te rekenen. Het ergens bergen en tien jaar later weer bovenhalen en zien welke verbintenissen de tand des tijds hebben doorstaan.
Vriendschap kan tegen een stoot. In vriendschap wordt alles als een verrijking ervaren, niet als een bedreiging.
Montaigne schrijft daarover: “En niets is zo volledig een eigen creatie van de vrije wil als genegenheid en vriendschap. In vriendschap heerst een algemene, allesomvattende warmte, die bovendien mild en gelijkmatig is, een bestendige, rustige warmte, een en al lieflijkheid en gratie, een warmte die niet brandt en en verzengt.”
Vriendschap moet worden gecultiveerd. Ook al zijn er ruimte en tijd die vrienden scheiden, aandacht en attentie houden de vriendschap warm en levendig. Welke filosoof schreef ook al weer dat we onze geliefden moeten omhelzen in het besef dat ze, zoals vazen in ons huis, snel breken? Met vrienden die wij liefhebben en die ons liefhebben is dat net zo. Tegenwoordig is dat met alle communicatiemiddelen veel eenvoudiger geworden. In de tijd vóór de gsm, de e-mail en de webcam ging de communicatie trager naarmate de afstand groter was. Tegenwoordig is het vaak omgekeerd.
“Vriendschap wordt genoten in de mate waarin ze gewenst wordt en aangezien zij iets spiritueels is en de geest door het onderhouden ervan gelouterd wordt, ontstaat en groeit zij slechts en wordt zij slechts gevoed, wanneer zij genoten wordt.”
Montaigne was zijn tijd ver vooruit, want is dat niet het mooiste in het leven als vriendschap liefde kan zijn en liefde vriendschap kan worden? Geliefden die vrienden zijn, dat kan alleen tussen gelijken.
Peter Deforge
Michel de Montoigne, Essays, vertaling Frank De Graaff Boom, Amsterdam.
|