Inhoud   1ste jaargang, nr. 2, juli 2005
voorwoord
vriendschap
de ronde tafel
webbouwstuk
aankondigingen

 Voorwoord van de Grootmeester
In dagen waar de Belgische kampioen vinkenzetting in het nieuws is, met als commentaar dat het nodig is het vogeltje het nodige zelfvertrouwen te schenken, verschijnt de tweede editie van “The Razor”.
Hoe meet je trouwens in scheermesjesnaam het zelfvertrouwen van een vink, hoe zorg je dat die vogel meer zelfvertrouwen krijgt? Zet je het beestje naast een soortgenootje dat doofstom is? Stuur je het samen met vriendjes op survivaltocht en laat je het een benjisprong maken? Ik weet het niet.
Maar tijdens deze windstille dagen verblijdt de Orde van de Scheermesjes de internetwereld met “The Razor”.
Eeuwenlang getuigen Westere mystici en Oosterse wijsheren over een gevoel van verbondenheid met iedereen, één met het Alles. Het internet doet dit op zijn eigen manier. Het internet zorgt voor complete verbondheid, iedereen is één, het Internet is het grote Niets.
Wordt het geen tijd om het internet op een filosofische manier te benaderen? Vergeet even het technische aspect en denk na over de wonderen van deze techniek. Beeldt u in hoe informatie op een supersnelle manier overgebracht wordt, beeldt u in hoe deze informatie zijn weg zoekt over de gehele wereld, ervaar hoe het is verbonden te zijn.
In tijden waarin onderzoek gedaan wordt naar het ontdekken van een veld waar alles met alles verbonden is, waar informatie sneller dan het licht overgebracht wordt, laat het internet op een eenwoudige wijze zien wat dit kan betekenen.
“In tijden waar we meer aandacht hebben voor de naam van de roos dan voor de geur van de roos”*, laat “The Razor” u even mijmeren. Want het woord alleen is maar platte tekst, naast het woord is beschouwing nodig.

De Grootmeester

*cfr. Ulrich Libbrecht

 
Vriendschap is geen vies woord
 

Vriendschap. Soorten vriendschap, zoals ridderlijkheid. Solide ridders, mannenbroeders, zielsverwante jonkvrouwen, levenslange vriendschap, tot in het sterven toe. Deze vriendschap vindt haar oorsprong op een welbepaald moment. Mensen komen elkaar tegen en in hun hoofd en hun hart gaat een luikje open. Ze krijgen het gevoel dat ze elkaar al jarenlang kennen. Alsof ze onbewust samen een stuk leven hebben afgelegd. Toch komen ze elkaar pas daar en dan tegen. Of ze hebben elkaar in twintig jaar niet gezien en bij het eerste gesprek blijkt dat ze hun bibliotheken over elkaar kunnen schuiven De vriendschap kan beginnen of voortgaan. Het toeval bestaat niet. Iets valt je niet toe, het komt je toe.

“Wij zochten elkaar, voor we elkaar gezien hadden, ook door de verhalen die we over elkaar hoorden, die een sterker effect op onze gevoelens hadden dan de berichten redelijkerwijze konden hebben, ik geloof door een of andere beschikking des hemels.”

Soms neemt deze vriendschap buitengewone vormen aan.

“Sinds de dag dat ik mijn vriend verloor, leid ik een kwijnend en lusteloos bestaan. Ik was er al zo aan gewend en op ingesteld om in alles een van de twee te zijn, dat het nu is of ik niet meer dan een half mens ben. Als je bij mij zou aandringen te zeggen waarom ik van hem hield, voel ik dat dit alleen uitgedrukt kan worden door te antwoorden: 'Omdat hij het was, omdat ik het was'.

Je moet het gevoeld hebben om het te herkennen. De waarde van een vriendschap toont soms pas haar volle dimensie als ze er niet meer is. Als de dood de gewoonten en de vanzelf­sprekendheden bruusk opbreekt.

“De pijn van het afgesneden zijn.” (Het zo vaak op overlijdensberichten gebruikte zinnetje uit een gedicht van Vasalis. )

Het is tegenwoordig de bon ton om in het merkwaardig gevoelige essay De l’ Amitié van Montaigne het verholen verhaal van een homo-erotische liefde te ontwaren. Dit essay blijft een van de mooiste verwoordingen van wat vriendschap tussen twee mensen kan zijn.

Ik las die tekst voor het allereerst toen ik 35 was. Hele zinsneden in het oude Frans zijn mij altijd bijgebleven. Ik moet sommige fragmenten wel honderd keer hebben herlezen. Nu nog raakt Montaigne me nog altijd even diep. Omdat er nu ook herkenning is bijgekomen, beleving van vriendschappen.

Vriendschap is de rode draad in het leven. Vriendschappen overleven vaak andere verhoudingen. Tenminste als de vriendschap van het solide gehalte is, als het de onversneden vriendschap is, waarvan onbaatzuchtigheid een belangrijk onderdeel is. Montaigne zegt daarover: “Als in de vriendschap waarover ik spreek de een iets aan de ander kon geven, zou het degene zijn de weldaad ontvangt, die zijn metgezel aan zich zou verplichten. Want daar beiden er boven alles naar streven elkaar goed te doen, is hij die daar de aanleiding en gelegenheid toe biedt, degene die als de vrijgevige optreedt, daar hij zijn vriend het genot verschaft datgene voor hem te doen wat hij het liefste wil.”

“Vriendschap,” schreef CS Lewis, “is de ontmoeting van naakte zielen, daar waar Eros, de liefde, naakte lichamen samenbrengt. Echte vrienden veinzen niet. Ze zijn in staat elkaar harde waarheden te vertellen en daarna toch de armen over elkaar te leggen en de vriendschap onverminderd te laten duren.”

Als je je vrienden niet kunt beladen met je zorgen, als je de façade moet ophouden, als je niet kunt zeggen wat je niet aanstaat in hun doen en laten, dan gaat het misschien niet om vriendschap, maar om een veel oppervlakkiger relatie. Maten, kenissen heb je natuurlijk ook nodig. Maar dat soort relaties wordt opgelost in de tijd en verzwakt door de afstand.

Een mens zou in een boekje de namen moeten schrijven van wie hij denkt tot zijn echte vrienden te rekenen. Het ergens bergen en tien jaar later weer bovenhalen en zien welke verbintenissen de tand des tijds hebben doorstaan.

Vriendschap kan tegen een stoot. In vriendschap wordt alles als een verrijking ervaren, niet als een bedreiging.

Montaigne schrijft daarover: “En niets is zo volledig een eigen creatie van de vrije wil als genegenheid en vriendschap. In vriendschap heerst een algemene, allesomvattende warmte, die bovendien mild en gelijkmatig is, een bestendige, rustige warmte, een en al lieflijkheid en gratie, een warmte die niet brandt en en verzengt.”

Vriendschap moet worden gecultiveerd. Ook al zijn er ruimte en tijd die vrienden scheiden, aandacht en attentie houden de vriendschap warm en levendig. Welke filosoof schreef ook al weer dat we onze geliefden moeten omhelzen in het besef dat ze, zoals vazen in ons huis, snel breken? Met vrienden die wij liefhebben en die ons liefhebben is dat net zo. Tegenwoordig is dat met alle communicatiemiddelen veel eenvoudiger geworden. In de tijd vóór de gsm, de e-mail en de webcam ging de communicatie trager naarmate de afstand groter was. Tegenwoordig is het vaak omgekeerd.

“Vriendschap wordt genoten in de mate waarin ze gewenst wordt en aangezien zij iets spiritueels is en de geest door het onderhouden ervan gelouterd wordt, ontstaat en groeit zij slechts en wordt zij slechts gevoed, wanneer zij genoten wordt.”

Montaigne was zijn tijd ver vooruit, want is dat niet het mooiste in het leven als vriendschap liefde kan zijn en liefde vriendschap kan worden? Geliefden die vrienden zijn, dat kan alleen tussen gelijken.

Peter Deforge
Michel de Montoigne, Essays, vertaling Frank De Graaff Boom, Amsterdam.

 
 De Ronde tafel
 

Ooit was er eens een koning Uther Pendragon die na vele jaren oorlog eindelijk wat rust bracht in het oude Engeland. Op een dag werd hij voorgesteld aan de heer Gorlios, zijn vrouwe Igraine en hun dochter Morgan. Uther had nog nooit z'n mooie vrouw gezien en wilde haar graag hebben. Hiervoor riep hij de hulp in van de tovenaar Merlijn. Op een nacht toen de heer Gorlios was uitgereden met zijn strijdkrachten betoverde Merlijn Uther zo, dat hij eruit zag als de heer Gorlios. Met deze list kwam hij in het kasteel en deelde die avond het bed met vrouwe Igraine. Nu had Merlijn een overeenkomst afgesloten met Uther dat als er een kind werd geboren uit deze nacht, Merlijn dit zou krijgen om het op te voeden. Arthur werd geboren en direct na zijn geboorte meegenomen door Merlijn naar heer Ector om opgevoed te worden. Terwijl Arthur opgroeide in de rust van het hof van heer Ector, stierf Uther Pendragon. Er ontpopte zich een strijd om de troon en Merlijn vroeg uiteindelijk de hulp in van de vrouwe van het meer. Zij gaf hem het zwaard "Excalibur" en zei dat dit zwaard alleen voor de ware koning van Engeland was bedoeld. Om te zorgen dat het zwaard niet in verkeerde handen zou vallen, stak Merlijn het zwaard in een steen en sprak er een bezwering over uit. Alleen de ware koning zou het zwaard uit de steen kunnen trekken.
Er waren veel ridders die het probeerde, maar het lukte niemand. Op een dag werd er een toernooi gehouden in de buurt van de steen. Ook heer Ector was aanwezig en Arthur mocht zijn schildknaap zijn. Helaas was Arthur het zwaard van sir Ector vergeten en ging op zoek naar een ander. Toen vond hij het zwaard in de steen, ging op de steen staan en trok het zwaard eruit. Toen hij het aan heer Ector gaf, keek deze heel verbaasd en wilde weten waar het zwaard vandaan kwam. Merlijn zag het gebeuren en riep iedereen op. Merlijn ging op de steen staan en zei: "Zie hier, voor u staat de ware koning van Engeland." en wees naar Arthur. Iedereen zag het zwaard in de hand van Arthur en knielde voor hem neer. Vanaf toen was Arthur koning.

Ronde tafel
In het begin van zijn koningschap was Arthur voornamelijk bezig met het verenigen van de verschillende landheren en het bouwen van Camelot. Zoals het een goed koning betaamd moest hij een koningin zoeken. Al gauw hoorde hij van de mooie Gwenhwyfar. Hij vroeg haar vader om haar hand en trouwde met haar.

Bij de bruidschat zat een grote ronde tafel en al gauw bedacht Arthur dat hij deze tafel kon gebruiken bij de vereniging van Engeland. en zo ontstond "de ronde tafel".
Iedereen aan deze tafel was gelijk aan de ander, niemand was belangrijker en iedereen werd gehoord. De landheren werden tot ridder geslagen en hadden allen plaats aan de ronde tafel. Natuurlijk was er ook een eerste ridder nodig, de ridder die vocht voor de koningin. Eerste ridder werd degene die het riddertoernooi won. Bijna alle ridders deden mee en ook een ridder uit Bretagne (dat toen bij Engeland behoorde), Lancelot. Hij was oppermachtig tijdens het toernooi en werd uitgeroepen tot eerste ridder. Toen het rustig werd in Engeland en niet meer gevochten werd, alleen tegen de saksen, werd Arthur aangetrokken door het verhaal van Jezus. Hij verdiepte zich in het geloof en wilde de koning zijn die de heilige graal zou vinden. Samen met zijn ridders trok hij erop uit om naar de graal te zoeken. Gwenhywar en Lancelot bleven thuis. Arthur bleef lang weg en de winters waren lang en eenzaam voor Gwenhwyfar. Er ontstond dan ook een liefdesverhouding tussen Gwenhwafar en Lancelot. Er was nog een andere ridder achter gebleven op het Camelot: Mordred. Mordred was de geheime zoon van Arthur, ontstaan door een nachtelijke verbintenis op een mystieke avond tussen Arthur en zijn halfzuster Morgan.

Arthur's einde
Mordred kwam achter de verhouding van Gwenhwyfar en Lancelot en bij terugkomst van Arthur eiste hij dat er recht werd gesproken over de overspelige vrouw. Omdat iedereen gelijk was moest Arthur zijn geliefde Gwenhwyfar eerlijk berechten. Lancelot kwam gelukkig op tijd om Gwenhwyfar te bevrijden en samen vluchtten ze naar Frankrijk. Mordred werd door Arhur aan de kant gezet en dat kon deze niet hebben. Mordred verzamelde samen met zijn moeder Morgan een legermacht om zich heen en trok ten strijde naar Camelot. Bijgestaan door Merlijn en zijn ridders ging Arthur de strijd aan. Na een verschrikkelijke veldslag belandde Arthur tegenover Mordred en de haat van Mordred was zo groot dat hij recht op Arthur afrende. Nog een keer gonsde Excalibur en Mordred viel teraarde, maar nog net voor dat hij stierf stak Mordred nog een keer toe en verwondde Arthur dodelijk. Ridder Bedivere vond Arthur en in zijn doodstrijd droeg Arthur hem op om Excalibur in het dichtsbijzijnde meer te gooien en zo het zwaard terug te geven aan de vrouwe van het meer. Kort hierna stierf Arthur en werd met een boot naar Avalon gebracht waar hij tot op de dag van vandaag rust in vrede.

Ridder Wally (bron internet)

 Webbouwstuk - Theofilus Scarlatti
 

Zelfportret
Ik,
- Ridder te paard -
erken mijn zwaard
bij het trillen
van uw teder hart,
o hoofse vrouwe.

Mijn schild
Eert mijn
Zwevend ideaal,
De weg
Naar een grijsgroene
Graal.

Terloops
Krab ik
Mijn melkmuil
En schuil ik
Op zoek
naar een Godvergeten
Litteken.

 Aankondigingen
 
Profane prestaties van de ridders:


Bericht aan de BROEDERS EN ZUSTERS en aan alle mensen van goede wil!

RIDDER DEREK VOLTOOIT CREUSE TRILOGIE

Met de publicatie van de historische roman Arsène du Frêne, heer van La Vallade heeft Derek zijn Creuse trilogie voltooid.

Eerder waren er al Eindterm en Amélie Laforêt. Nu is het derde deel van de Creuse-trilogie op de markt. Daarmee heeft Derek een bepaalde periode in zijn leven afgerond.

"De Creuse is een streek in Centraal-Frankrijk waar wij gedurende enkele maanden van het jaar verblijven. Daar heb ik een stille plek ontdekt die trouwens centraal staat in de trilogie. Het eerste deel ging nog over het nu: een drama in de onderwijswereld waar ik indertijd zelf deel van uitmaakte als leraar, directeur en kabinetsattaché. In het tweede boek focus ik vooral op de thema's hartstocht en paarden. In het afsluitende deel stap ik terug in de geschiedenis: de 13de eeuw, in de periode na de terechtstelling van belangrijke Ieden van die Orde van de Tempeliers. Hoofdfiguren Peter Deforge en Belle uit de vorige boeken zijn nu de personages Arsène en Isabelle. Maar ergens blijven het dezelfde figuren."

Derek heeft intussen al een redelijk indrukwekkende bibliografie van eigen werk bijeengeschreven: essays, gedichtenbundels, biografieën. Na deze trilogie is hij nu een nieuwe roman aan het finaliseren. Klamme handen gaat over schizofrenie en relaties. Ook de gedichtenbundel De kiemjaren ligt klaar. Met Schoon volk in de hemel is Deleu momenteel bezig aan een essay over de “wetenschap van het spirituele”. Het schrijven gaat hem blijkbaar goed af.

De Creuse Trilogie

  • Eindterm (roman). - Harelbeke: De Gebeten Hond, 2002 - 12 euro
  • Amélie Laforêt (roman). - Harelbeke: De Gebeten Hond, 2003 - 15 euro
  • Arsène du Frêne, heer van La Vallade (historische roman). - Harelbeke, De Gebeten Hond, 2004 - 15 euro
  • Bestellen bij Uitgeverij De Gebeten Hond, Harelbeke, rekening 068-2119994-86 of bij de auteur Thierry Deleu op tel. 0478-74.54.98.

 

Voel je je aangesproken om ook ridder te worden?

Via de sectie ridder worden op de website krijg je meer informatie over toetreding tot de orde. Man of vrouw, computeringewijde of -leek, iedereen met een gezonde drang naar kennis en absurditeit, komt in aanmerking.

Meewerken aan The Razor vereist geen lidmaatschap! De Grootmeester oordeelt over de eventuele plaatsing van uw bijdrage. Voor info mail de Grootmeester.


Ridder Delafontaine


http://www.knightsrazor.com
CHEVALIEES
Nieuwtjes uit de ridderstand, verzameld door Derek
 
De dolende ridder, Ulrich von Lichtenstein, ontving het bericht dat een dame héél verbaasd was dat hij nog al zijn vingers had. Er was haar namelijk verteld dat hij een vinger had verloren toen hij voor haar vocht in een tornooi. Toen hij dit bericht ontving, hakte hij voor de eer van de dame die bewuste vinger af.
 
In 1140 werd in de stad Lincoln in Engeland een tornooi gehouden. Tornooien waren op dat moment razend populair. Iedereen ging kijken, ook de stadswacht, en dus zag graaf van Chester zijn kans schoon. Hij viel de stad aan en veroverde deze... met maar drie soldaten!
 
Het rechtspreken en vergaderen, waarbij de rechter of de voorzitter de hamer hanteert, is gegroeid uit een niet zo wellevende gewoonte. In de Middeleeuwen werd iemand die zich niet aan de regels hield gestraft met een scherpe, tweebladige aks. Nam men zonder toestemming het woord, of gebruikte men geweld, dan kwam de bijl er aan te pas. De straf varieerde van het afsnijden van een stuk mantel tot het afhakken van een vinger of het hoofd.
 
Iemand een loer draaien betekent iemand voor de gek houden. Waar komt deze uitdrukking vandaan? Vroeger in de riddertijd gingen de ridders met getrainde valken op jacht naar konijnen en ander klein wild. Deze valken werden afgericht door aan het eind van een lang touw een konijnenvel te binden en deze rond te draaien boven je hoofd. Dit noemde men vroeger een loer. De vogel werd voor de gek gehouden.
 
In de Middeleeuwen werden varkens in Engeland ingezet voor het opsporen en ophalen van geschoten wild, omdat het gewone volk in die tijd geen honden mocht houden.
 
De vork werd pas in de 15de eeuw uitgevonden. Messen en lepels werden al door de Grieken en Romeinen gebruikt, maar de kippenboutjes en de rest werden gewoon met de hand gegeten. Totdat een dame in Venetië, de echtgenote van edelman Domenico Silvio, daar genoeg van kreeg en de vork uitvond. Maar vreemd genoeg werd de vork in het begin alleen maar gebruikt voor fruit. Het duurde wel even voordat iedereen aan zo'n raar ding gewend was en de vork ging gebruiken zoals dat nu nog gebeurt. De mensen vonden het maar raar om je stukje vlees aan zo'n ding te prikken met twee tanden in plaats van met je te eten.
 
Het woord “fuck” is in de Middeleeuwen in de Engelse taal terecht gekomen. Het is waarschijnlijk door de Noormannen in Engeland geïntroduceerd. Het kan echter ook uit het Nederlands komen. Denk maar aan het woord “fokken”, in het Duits “ficken” en in het Zweeds “fukka”.
 
Voor een compleet harnas moest je tegen het einde van de Middeleeuwen zo een 75.000 euro betalen. Ridders waren dus over het algemeen rijke landheren.
 
Bronnen: anekdotes uit de geschiedenis.
Ruige ridders en Kille kastelen door Terry Deary.



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Als u dit magazine niet meer wenst te ontvangen mail dan naar de Orde met "The Razor is uit" in het onderwerp.