Inhoud 1ste jaargang, nr. 1, maart 2005  
voorwoord
de ronde tafel
webbouwstuk
 
aankondigingen

 Voorwoord van de Grootmeester
Het heeft wat paardenhoeven in de aarde gehad maar de eerste versie van The Razor is er!
We hebben o.a. een bijdrage van Ridder Derek over "De Ronde Tafel" en mooie gedichten van Ridder Wyndaele.
The Razor hoopt een e-magazine te worden waar iedereen kan aan meewerken, Ridder van het Scheermes of niet.
 
De Ronde Tafel
Derek

Toen Arthur geboren was, vertrouwde Uther Pendragon zijn zoon toe aan de zorgen van tovenaar Merlijn. Deze bracht hem naar het kasteel van Sir Hector, waar hij zijn jeugd doorbracht. Zijn vrouw voedde de jonge prins en bracht hem groot met haar eigen kinderen. Doordat de afkomst van Arthur door velen werd betwist, duidde de koning hem nog niet als opvolger aan. Hij hoopte nog een tweede erfgenaam te verwekken bij wie er geen twijfel over de afkomst zou bestaan.

Twee jaar later stierf koning Uther Pendragon. Omdat de edelen niet wisten wie ze als opvolger moesten kiezen, vroegen ze Merlijn om raad. Ze beloofden dat ze zich aan zijn beslissing gingen houden. Merlijn leidde ze naar het kerkhof. Daar was op geheimzinnige wijze een grote steen verschenen. Boven op de steen stond een groot aambeeld waarin een stalen zwaard was gestoken. De tekst die in het gevest van het zwaard was gegraveerd, luidde dat hij die het zwaard eruit kon trekken koning mocht worden. Allen vonden dit een uitstekende oplossing. Om beurten deden zij hun uiterste best om het zwaard los te rukken. Niemand slaagde er echter in.

En zo kwam het dat er na heel wat jaren nog altijd een lege troon was. Op dat moment gingen Sir Hector met zijn zoon Sir Kay en zijn pleegzoon Arthur naar Londen. Daar aangekomen, ontdekten ze dat Kay zijn zwaard vergeten was. Arthur wilde per se een zwaard voor zijn broer hebben. Hij liep het kerkhof op waarna hij het zwaard uit het aambeeld trok.

Toen hij het zwaard aan Kay gaf, vroeg Sir Hector hem waar hij het gehaald had. "Het zat in het aambeeld op het kerkhof," antwoordde Arthur. "Ik had haast en trok het eruit."

Sir Hector kon dit nauwelijks geloven. Even later gingen ze, samen met de rest van de ridders, naar het kerkhof waar ze allen getuige waren hoe Arthur het zwaard terug in het aambeeld stak en het terug uithaalde. Meteen waren allen overtuigd dat hij koning moest worden.

Maar nauwelijks had Arthur de troon bestegen, of er was wantrouwen dat louter op jaloezie gebaseerd was. Enkele familieleden van de koning lieten hun jaloezie blijken, met name zijn vier neven Gaheris, Agravaine, Gareth en Gawain.

Toen Arthur zijn vijanden had verslagen, regeerde hij met de hulp van Merlijn op een verstandige manier over het land. Hij spande zich in om onrecht te herstellen en streefde naar orde en veiligheid. Doordat het land jaren aan een stuk zonder koning had gezeten, was het ten prooi gevallen aan wanorde, chaos en plunderingen.

Arthur was echter zijn toverzwaard kwijt. Hij wist niet hoe hij aan soortgelijk zwaard kon komen. Toen hij aan een meer opnieuw over dit probleem nadacht, zag hij een witte arm uit het water omhoogkomen. De hand omklemde een schitterend zwaard. Arthur staarde er betoverd naar totdat de Vrouwe van het Meer verscheen en hem vertelde dat hij het mocht gebruiken. Arthur was erg blij met haar aanbod. Hij holde het meer in en pakte het zwaard dat Excalibur werd genoemd. De Vrouwe vertelde hem dat hij niet gewond of gedood kon worden zolang hij de schede in bezit had.

Terug in zijn kasteel vernam hij dat koning Leodegraunce van Schotland werd bedreigd door zijn broer, koning Ryance van Ierland. Arthur koning Leodegraunce helpen. Met Excalibur doodde hij Ryance. Aan het hof van koning Leodegraunce werd hij verliefd op Guinevere, de mooie dochter van de koning. Zij stemde meteen toe in het huwelijk, overweldigd door Arthurs aanblik. Het huwelijk werd met veel pracht en praal voltrokken en gevierd. Als geschenk kreeg Arthur van Guinevere de Ronde Tafel. Toen reisde hij met zijn bruid naar Camelot (Winchester), waar hij de ridderorde van de Ronde Tafel stichtte. De ridders die daartoe behoorden, moesten hem trouw zweren.

Om de tafel werden de stoelen voor de ridders geplaatst. De twaalf zitjes (sommigen beweren dat het er honderden waren, maar dit is niet zeker) waren zeer gewild. In de zaal waar de Ronde Tafel stond, waren twaalf nissen aangebracht waarin twaalf grote standbeelden stonden van de ridders die Arthur had overwonnen. In de hand van elk standbeeld brandde een kaars. Merlijn voorspelde dat ze zouden branden tot de Heilige Graal verscheen.

Toen Arthur de zaal binnenschreed, zei hij glimlachend tegen Merlijn: “De zaal is klaar, de tafel is er en de stoelen staan er omheen. Vertel me nu welke ridders het waard zijn om aan deze tafel plaats te nemen." Merlijn begon de namen te noemen tot alle stoelen op twee na bezet waren.

Er werd een groot banket gehouden met het selecte gezelschap. Toen ze na het banket opstonden, zagen ze dat hun naam met gouden letters in de zitting van de stoel geschreven stond. Op een van de lege stoelen was geschreven: “gevaarlijke zetel” De ridders vroegen verbaasd aan Merlijn wat dat betekende. Merlijn vertelde hun dat die zetel was gereserveerd voor een ridder die volkomen zuiver was. Als er iemand met een zondig geweten op die stoel plaatsnam, zou de aarde splijten en hem verzwelgen.

Bron: naar link

 
 Webbouwstuk - Ridders tot de dood...


Toen hij

Toen hij dan vond daar in het land
wat hem zo kon bekoren (de naakte plekken)

en droomde van de woonvertrekken en al
wat meer kon zijn dan huis en kruis, en toebehoren

nam hij het heiblok in de hand, de hartpaal scherp,
begon zijn noeste werk - het leggen van de grondvest
voor een nieuwe toren.

Hij dacht: dit is het land waarop
mijn zonen zullen wonen.
Hier kan ik leven, zuchten, wroeten.

En als ik sterven moet en zal,
strooi mij dan uit, achter de heuvels in het dal.

Rood
(kruisvaart)

We moeten niets meer schrijven
dan:
dit ogenblik, en weten dat
vanwaar de wind ook waait
of in het dak zich draait
het dooft, zoals de avondster
in stormend rood.

We moeten niets meer overwegen
dan:
dit is zo naar, zo raar
als blootsvoets door de regen gaan
of door de sneeuw
en mijlenver
in altijd vorderend rood.

En rood? Rood is zo zwart
(…)
zwart als de dood.

Wyndaele, Ridder van het Scheermes

 
 Aankondigingen
 

Voel je je aangesproken om ook ridder te worden?

Via de sectie ridder worden op de website krijg je meer informatie over toetreding tot de orde. Man of vrouw, computeringewijde of -leek, iedereen met een gezonde drang naar kennis en absurditeit, komt in aanmerking.

Meewerken aan The Razor vereist geen lidmaatschap! De Grootmeester oordeelt over de eventuele plaatsing van uw bijdrage. Voor info mail de Grootmeester.
 

Profane prestaties van de ridders:

In het tijdschrift DIGTHER 2004, 5de jaargang 3, verschenen gedichten uit de nieuwe (nog te publiceren) bundel De kiemjaren van ridder Derek.

CHEVALIEES
Nieuwtjes uit de ridderstand, verzameld door Derek
 
Boven de westelijke ingang van een kerk hangt vaak een beeld van de heilige Christoffel. Het volksgeloof zegt dat, als je Christoffel hebt gezien, je die dag niet zult overlijden. Daar de kerk in de middeleeuwen letterlijk en figuurlijk midden in de stad stond, zag men zijn beeld bijna altijd. Voor de middeleeuwse mens was dit een zoete waarheid. De enige keer dat je Christoffel niet zag, was je ziek en bedlegerig. De kans om dood te gaan was toen heel groot als je ziek was. En ja … je had Christoffel niet gezien!
 
Ines de Castro kwam in het gevolg van Constanza van Castilië, de vrouw van de Portugese kroonprins Pedro, naar Portugal en werd Pedro's minnares. Na de dood van Constanza trouwde Pedro in het geheim met Ines. Zijn vader kwam er achter en liet Ines vermoorden. Toen vader overleed en Pedro koning werd, liet hij het lichaam van Ines naar het klooster van Alcobaca brengen. Hij kroonde haar toen en gaf zijn hovelingen het bevel om haar hand te kussen. Ze was al 2 jaar dood.
 
Filips de Stoute heet officieel Filips van Bourgondië. Hij leidde het spreekwoordelijke Bourgondische leven en gaf daaraan zoveel geld uit, dat zijn vrouw geen financiële middelen had om zijn begrafenis te betalen. Om te laten zien dat ze de erfenis niet wilde aannemen (dat kon wel eens meer schuld dan bezittingen zijn), legde zij zijn lege beurs op zijn doodskist.
 
Koning Eduard III van Engeland organiseerde op zijn kasteel te Windsor een toernooi, waarbij hij de Orde van de Tafelronde oprichtte. Maar er gebeurde iets waardoor de geschiedenis anders verliep. In 1347 ging Eduard naar een feest in Calais. Hij danste daar met gravin van Salisbury. Ineens viel haar zijden kousenband op de vloer. Dit leidde tot heel wat hilariteit in de zaal. Eduard vond dat de aanwezigen zich schandelijk gedroegen en bond de kousenband om zijn eigen been. Zo stichtte hij de Orde van de kousenband. Deze orde had 25 leden en als wapenspreuk: "Schande over hen die er schande van spreken" (Honi soit qui mal y pense).
 
In het koor van kerken bevond zich een zgn. piscine. Dat was een soort wasgelegenheid waardoor de priester ook het wijwater kon doen wegvloeien over het kerkhof rondom de kerk. Vandaar de uitdrukking "Gods water over Gods akker laten lopen".
 
Bron: uit Terry Deary, "Ruige ridders en kille kastelen".

Toilet van de man
 

Haardracht van Julius Caesar

De oudste Romeinen hechtten weinig belang aan het haarkapsel. Romulus had naar verluidt zelfs haren tot op de schouders. Pas toen de barbier courant werd in Rome, lieten de Romeinen hun haren knippen. Later werden de haren slechts lang en slordig gedragen tijdens periodes van rouw. Deze buste van Julius Caesar laat zien hoe de meeste Romeinen de haren knipten: kort, soms plat, soms gegolfd, maar zonder artificiële krulletjes en steeds met het voorhoofd en de nek bloot.

 

Haardracht van Augustus

De eerste keizers hielden het bij dezelfde korte haardracht. Augustus haren hingern losjes over het voorhoofd.

 

Haardracht van een man met baard

In de vroegste tijden droegen de Romeinen snor en baard. Pas in de tweede eeuw voor Christus is een barbier-slaaf in dienst om de haren te knippen en de baard te scheren. Omdat keizer Hadrianus een klein gebrek had aan zijn gelaat, liet hij van in zijn jeugd zijn baard groeien en meteen werd dat de nieuwe mode: tot aan het bewind van Constantijn schoren de Romeinen hun baard niet meer af.

 

Scheermes en epileertang

Eén van de drukst bezochte plaatsen in Rome, was de barbier. Bij de tonsor kon je altijd de laatste nieuwtjes horen. Met een scheermes werd de baard afgeschoren. De meest verwijfde mannen lieten zelfs al het haar verwijderen van hun lichaam met epileertangen.

Naast scheermessen gebruikte de barbier ook scharen, messen en vijlen. Het lemmet van deze messen kon kunstig versierd zijn.

 

Handgreep van een scheermes

De jonge Romein spaarde aan zijn eerste baard tot deze zijn wangen en kin bedekte. Dan werd hij afgeschoren met een scheermes. Het jeugdbaardje werd aan de beschermgoden van het huis geofferd: de gelegenheid om een groot feest te bouwen. Nadien kweekte men een klein baardje dat met zorg van verfijnd scheertuig gekoesterd werd tot, omstreeks veertig, de eerste grijze haren verschenen. In een eerste fase ging men die te lijf met een pincet of een epileertang. Maar als de grijze haren te talrijk werden, schoor men de baard volledig af.

 
Bron: uit Terry Deary, "Ruige ridders en kille kastelen".


Als u dit magazine niet meer wenst te ontvangen mail dan naar de Orde met "The Razor is uit" in het onderwerp.