| |
| De Orde van de Scheermesjes bloeit verder. Met op vandaag 58 ridders / jonkvrouwen kijkt iedereen verbaasd op en denkt “Hoe is het zo ver kunnen komen?”. De creativiteit van onze ridders / jonkvrouwen kent geen grenzen, net zoals het internet geen grenzen kent. De Orde stroomt door de internetverbindingen als nooit voordien. Getuige daarvan onze Webbouwstukken, een snel verwachte nieuwe uitgave van Razor’s Edge Editions en onze projecten. De Orde lanceert hierbij een nieuw boeiend project, een project met beeld:
In tijden waar bijna iedere profaan of ingewijde beschikt, in welke vorm dan ook, over een digitaal fototoestel, stelt de Orde van de Scheermesjes twee nieuwe projecten voor. Deze projecten roepen jullie op om foto’s in te sturen over twee onderwerpen, bezoek de projectpagina voor meer info.
Ook dit nieuwe nummer van "The Razor" getuigt van de creativiteit van de Orde van de Scheermesjes. De zomer stelde misschien niet veel voor maar de Orde zorgt toch voor creatieve warmte. Veel leesplezier.
de Grootmeester |
| |
| |
Daar ik een schrijver ben en dus gedichten en verhalen schrijf die voor het grootste deel aan mijn verbeelding ontspruiten, - hoewel ik mij af en toe waag aan een essay dat al heel wat minder of helemaal niet fictief is -, zal het jou misschien verbazen dat ik belangstelling toon voor de wetenschap.
Ik gebruik de wetenschap als een werktuig dat ik af en toe nodig heb om mijn “huishouding” te regelen. Wetenschap is voor mij minder interessant, omdat ik niet hou van ingewikkelde theorieën en doodbecijferde srellingen. Ik heb echter leren inzien dat geloof en wetenschap elkaar nodig hebben en het zonder elkaar niet kunnen stellen.
De scheiding van Kerk en Staat betekent op geestelijk gebied de scheiding van geloof en wetenschap. Reeds in de laat-scholastieke filosofie van Duns Scotus (1628-1308) en Willem van Occam (1290-1349) is deze scheiding van geloof en weten volkomen. Het geloof is niet langer bovenverstandelijk, maar ligt soms overhoop met de menselijke rede. Elk van beide kan (hoeft niet) zich zelfstandig ontplooien. Het tweespan heet niet langer God en de ziel, maar mens en kosmos.
Toch duurt het tot in de 17de eeuw voor deze filosofie opgeld maakt. Descartes en anderen verlenen echter “met groot vertrouwen” voorrang aan de wetenschap. “Zij die de rechte weg naar de waarheid zoeken, moeten zich slechts bezighouden met datgene waarvan zij zeker zijn.” De verdrukking van het geloof heeft hier alles te maken met de godsdienst(en) en hun wereldlijke macht of wereldlijke ambities. De scheiding van Kerk en Staat, van geloof en weten, is met andere woorden geen erkenning van de twee polen, als volwaardige spelers, maar het opdringen van een superieure wetenschap aan een inferieur geloof. De Kerk wordt beschouwd als een asiel voor “verdwaasden” of voor hen die twijfelen of angstig zijn. Geloven is voor het volk, dat bang is en naar alles grijpt dat troost en hoop kan bieden in bange dagen. Weten is voor de intellectueel!
Vooral de Westerse godsdiensten hebben deze “inferieure” gevoelens uitgebuit en verzilverd. Verdwazing, twijfel, angst werden in hemelhoge gebouwen op een pateen aangereikt als het goddelijk lichaam. De (mis)wijn als het goddelijke bloed kwam de priester toe. Toen de scène afbladerde, bleef het scenario behouden. De omgeving buiten de kerk veranderde gestaag van hemdje, maar binnen de kerk bleef alles - op enkele details na - ongewijzigd. De magie verdween, de sleur verscheen, de “praktizerende” gelovers woonden routineus de vertoning bij.
Geloven is helemaal iets anders dan “naar de kerk gaan” of zich onderwerpen aan de wil van de Kerk. Geloven is de eerste pijler en wetenschap is de tweede waarop Waarheid rust. De “weters” waren hun “wiskundig” ideaal getrouw en de “gelovers” liepen, naarmate zij kennis verwierven, over naar de eersten.
In de 17de - 18de eeuw krijgen de “gelovers” een eigen wetenschap: de wetenschap van de mens. Die omvatte zowel de wetenschap van de menselijke natuur als alle takken van het geestelijke en maatschappelijke leven: religie, politiek, economie, maatschappijbeschouwing en moraal. Thomas Hobbes (1588-1679) bestudeerde de individuele mens en zijn gedachten. John Locke (1632-1704) introduceerde de “esprit géométrique”.
Dit betekent nog niet dat “de massa (gelovers)” ineens deel gaan uitmaken van de wetenschap: zij worden in de debatten niet betrokken en bovendien beperken deze “nieuwe wetenschappers” zich nauwgezet tot de “verstandelijke” mensen. Immanuel Kant (1755) omschrijft die “verlichting” als “een uittreding van de mens uit zijn aan eigen schuld te wijten onmondigheid”.
Hoe reageerden de godsdiensten op deze “verlichtende boodschap”?
Bang, omdat zij onverbiddelijk werden bekritiseerd door de deïsten (Voltaire) en de atheïsten (Holbach) en opgelucht, omdat - volgens de conservatieve denkers - in het zoeken naar “een natuurlijke” religie de Openbaring kon worden gehandhaafd.
Kant bracht een tegenbeweging op gang onder de naam van piëtisme of de innerlijke vroomheid van het gevoel. Hij stelde de grenzen van het menselijke verstand vast (waarbuiten het alle recht verloor) en schiep met deze grensbepaling een “nieuwe plaats voor het geloof”. De “gelovers” kregen een licht “gerenoveerd” dak boven het hoofd.
Johann Gottfried Herder (1744-1803) oefende echter vanuit het geloof en het gevoel kritiek op deze “vernieuwing”. Hij stond ver af van de Verlichting. Hij beschouwde de geschiedenis van de mens niet “more geometrico”, maar veeleer “’more biologico”. De geschiedenis van de mens was voor hem een “zuivere natuurlijke historie”. Maar in zijn zoeken naar evenwicht tussen “het goddelijk plan” en zijn “biologische beschouwing’ zakte hij door het ijs en belandde weer bij de “goddelijke schepping”. De mens was de “eerste vrijgeborene” van de schepping. Hij was geschapen “voor de vrijheid, de beschaving én de religie, voor de hoop op de onsterfelijkheid”.
Toen ineens brak de hemel open wanneer Erasmus Darwin (1731-1802) een lans voor de “ontwikkelingsgedachte” brak. Hij was de grootvader van Charles Darwin. De evolutietheorie zette alle wat voorafging op de helling. Het werk “van de geest” kon van voren af aan beginnen. De (ontzette) “gelovers” spartelden in hun wijwatervaten; de (verstandelijke) “gelovers” verlieten de Kerk, zij gingen ofwel schuilen in gesloten genootschappen ( de kerk-kapelbeweging) of werden fervente aanhangers van de “heidense Kerk”, “het geloof in de goddelijke harmonie”.
In de 20ste eeuw tierden welig sekten en kalfde de aanhang van de Kerk opzienbarend af. Vroeger was het simpel. Toen was God de Onveroorzaakte Oorzaak, de Essentieel Existerende of de Grote Horlogemaker. God had het gedaan. God was de dader van de werkelijkheid. En toen vond de mens de wetenschap uit. ’t Was geen vrolijk nieuws en toch leek de relatie tussen wetenschap en geloof weer helemaal goed te komen.
Klopt dat vredig beeld? Slimme mensen, bij wie ook de “verstandelijke” gelovers behoren, zeggen dat geloven niets te maken heeft met het voor echt aannemen van de uitspraken over werkelijkheid. Geloven heeft meer met “vertrouwen” te maken. Het geloof serveert verklaringen. Zoals de wetenschap verklaringen serveert. Kan de wetenschap alles verklaren? Neen. Zijn “weters” betere mensen dan “gelovers”? Neen. Zijn wetenschappers slimmer dan niet-wetenschappers? Neen. En toch, kennis groeit, God krimpt. Zullen wij ooit het antwoord kennen op de vraag waarom het heelal bestaat? Neen. Onze hersenen zijn daarvoor niet gemaakt. Moeten wij het antwoord op al die grote vragen blijven zoeken? Ja. Onze hersenen zijn gemaakt om antwoorden en verklaringen te zoeken.
Ook in deze eeuw zal het mysterie overeind blijven. Het mysterie dat door de “verlichte” gelovers wordt gelijkgesteld aan God. Ook “weters” kunnen er echter van doordrongen zijn dat zij deel uitmaken van een geheel dat zij nooit zullen begrijpen. Daarom vind ik de verzoening tussen wetenschap en geloof nabij indien wij met z’n allen over “het mysterie” zouden spreken.
Georges de Courmayeur |
| |
| |
Ik hoop oprecht dat je trommelvlies niet beschadigd is… en dat je neus de frisse wind verdraagt… en dat je de maand doorkomt zonder grieperigheid…en dat de grasmachine dol draait zodat je terug achter je pc kunt dagdromen… Dit is puur opportunisme: mijn personal manager (verder in deze bijdrage: mijn pm) mag niet ziek worden! Ik stel met genoegen vast dat jij een hardwerkend bent en vol “naastenliefde”. Het wordt voor jou niet gemakkelijker in de toekomst. Ik weet waarover ik schrijf. Hoeveel kunstenaars heb ik niet gepromoot (toen heette dit nog gelanceerd) die mij nu “doodzwijgen”. Zoals het Hof privé-leraar Bogaerts vergat te vermelden in het c.v. van de prinsen. Eerst veel lof en schouderklopjes alom, daarna dwingende vraagjes en dringende verzoekjes, later slavendrijvende taken tot… tot de artiest naam maakt en BV wordt of GL (Groot Licht). Of m.a.w. tot wanneer hij in de prijzen valt en zijn zakken vult. Trouwens, er is niets zo discutabel als kunst. Is kunst na drieduizend jaar - op zich al een problematisch jaartal - gedefinieerd? Wat is kunst? Kan er eenduidig over kunst worden gesproken? Het zijn vragen die steeds aan de kunst worden gesteld. Gewoonlijk leiden die tot verwarring en het niet au sérieux nemen van een bedrijvigheid die inherent is aan de mens.
Laat ik het nog eens anders stellen: de jongste twintig jaar worden dezelfde vragen ook aan de wetenschap gesteld en niemand maalt daarom. Ook de wetenschap ontsnapt niet aan verwarring en onzekerheid. Helemaal nieuw is dat natuurlijk niet: Wittgenstein schreef al dat men veeleer zou moeten zeggen, althans indien men wetenschappelijk wilde blijven “dat de zon waarschijnlijk morgen zal opgaan”. Waarschijnlijk dus. Geef toe dat er over kunst ook veel onzin wordt geschreven. Een Amerikaanse new wave journalist – ik denk dat het Tom Wolfe is - publiceerde daarover ooit een sarcastisch pamflet en je begrijpt niet dat er achteraf mensen waren die nog over moderne kunst durfden te schrijven zonder het schaamrood op de kaken te krijgen.
Soms lijkt het er ook wel op dat er meer geschreven wordt over kunst dan dat er kunst wordt geproduceerd. Als kunst zoveel uitleg hoeft, dan is er toch iets aan de hand en zou ik geneigd zijn althans dat soort kunst niet definieerbaar te noemen. Natuurlijk wordt kunst op die manier ook een distinctiemechanisme, een manier waarop een bepaalde elite of establishment zijn of haar belangen hogepriesterlijk veiligstelt. Zoals dat altijd het geval is, schurken elites zich graag tegen elkaar en bevestigen ze zo elkaars leegheid - een leegheid die ook veel hedendaagse kunst kenmerkt en die toegedekt wordt met wollig en dikdoenerig taalgebruik, waardoor het blote gegeven dat de keizer geen kleren aan heeft onzichtbaar dreigt te worden.
Het postmodernisme in de kunst is gewoon de culturele logica van een bepaalde vorm van kapitalisme, waarbij steeds meer gebieden in de culturele sfeer worden opgenomen - de zogenaamde esthetisering van de werkelijkheid -, terwijl tezelfdertijd de cultuur steeds meer wordt ingelijfd in de sfeer van de warencirculatie. In het postmodernisme is “cultuur”, en dus ook de kunst - en misschien zij wel in de eerste plaats - zelf een product, een koopwaar of een markt. Daaraan gekoppeld is er de nieuwe diepteloosheid waarin de natuur of de werkelijkheid als vaste bodem verdwijnt En zoals de wetenschap zich meer en meer verwijdert van de leefwereld van de modale man of vrouw, zo is dat natuurlijk ook in de kunst het geval. De analogieën tussen wetenschap en kunst zijn zo frappant en zo ver doorgedreven dat noch aan het een noch aan het ander enige betekenis kan worden ontleend. Dat de doorsneemens daardoor in existentiële verwarring geraakt is dan ook voor de hand liggend: wanneer er geen betekenis meer kan worden gevonden en er dus geen inhoud meer is, dan wordt alles evenwaardig en er is geen enkele mogelijkheid meer tot een verklarende interpretatie. Dit is het verschil tussen Van Gogh, wiens schilderijen verwijzen naar een bepaald soort werkelijkheid en Andy Warhol, wiens werk eigenlijk alleen kan worden geduid als een algemene verwijzing naar de thematiek van het tot-koopwaar-worden zelf.
Een ander kenmerk van deze postmoderne era is het tanen van de emoties. Vervreemding wordt vervangen door fragmentering. De tragiek bij Warhol's bekende “Marilyn Monroe”, om het nog even bij deze kunstcharlatan te houden, wordt overschaduwd door het schijnbeeld, het is de imitatie van de imitatie waarbij van het subject in fine niets overblijft: het is niet in de feiten maar naar de inhoud gedecentreerd.
Ook dat vinden we terug bij de wetenschap die niet langer geïnteresseerd is in het begeleiden van het Aristotelische “goede leven” maar die opereert vanuit de wetten van het eigen systeem. Het is geen plezierig verhaaltje wat ik u breng, maar het mocht toch nog wel eens gezegd worden nu jij kunst aan het definiëren bent.
Paul Valéry schreef in zijn Pièces sur l'art het volgende, en ik citeer: “Het fysieke element dat alle kunsten bezitten, kan niet langer op de oude manier gezien en behandeld worden; het kan zich niet langer aan de invloeden van de moderne wetenschap en moderne praktijk onttrekken. We moeten er op voorbereid zijn, dat op deze manier grote vernieuwingen de hele techniek van de kunsten zullen veranderen, dat ze zo de inventie zelf beïnvloeden en ten slotte misschien zelfs het begrip kunst op de meest fabelachtige wijze zullen veranderen”. Dat zei dus Paul Valéry aan het begin van onze eeuw. Natuurlijk was er reeds vroeger een vorm van reproduceerbaarheid toen in de grote ateliers van de kunstenaars een vorm van “lopende band”-werk werd afgeleverd, maar uiteindelijk is dat toch niet te vergelijken met wat het eind van de negentiende en de twintigste eeuw aan technisch vernuft in de vorm van massale reproductie voortbrachten. Hoe dan ook: wat Valéry beweerde over het begrip kunst, die voorspelling is uitgekomen.
Deze bewering geldt ook voor de fotografie. Omdat ik weet dat je ook fotografen in je hart draagt, wil ik hierover mijn zegje kwijt. Beschouw dit alles, wat voorafgaat en nu nog volgt, als het advies van een éminence grise, gelouterd, en vooral vaak ontgoocheld door de “onwetendheid” van de kunstenaar en de kunstkenner of zij die zich aanmatigen dit te zijn. De fotografie dus. Zij heeft ertoe geleid dat de eenmaligheid van het kunstwerk aan betekenis heeft ingeboet. Die cultuswaarde en de ongenaakbaarheid van het kunstwerk verdwenen dus met de fotografie helemaal. Datgene wat de “aura” van het kunstwerk werd genoemd, die “eenmalige verschijning van een verte, hoe dichtbij die ook is", die aura dus verdween met de massaliteit van de reproductie.
Tussen twee haakjes, die hele discussie kun je samenvatten door te stellen dat met de hele democratisering, die zich langzaam op gang trok, ook de idiotie en de waanzin van de menselijke soort werden gedemocratiseerd. Misschien is het niet zo verwonderlijk dat de kunst zolang als enigszins mogelijk getracht heeft via l'art pour l'art haar aura te beschermen.
Zoals jij vaak beweert, vriend, is de fotografie een vorm van kunst gebleven die door iedereen perfect begrijpelijk is, en dat is geen kleine verdienste. Ik noem opzettelijk de fotografie “een vorm van kunst”, omdat ik wil refereren aan de moeizame discussies die gevoerd werden over de vraag of fotografie wel kunst is.
Goed, en nu terug naar mijn obsessie (zegt men), naar mijn passie (beweren zij), naar mijn idolatrie (hopen zij hartsgrondig), maar ik noem het mijn belofte, de belofte om te durven mijn nek uit te steken en op te komen voor mijn eigen mening, mijn overtuiging, geen betutteling meer, geen indoctrinatie van Kerk en Loge, maar mijn eigen (misschien onredelijke, misschien idiote) mening.
Wat pastor Staf Nimmegeers zegt in Het Nieuwsblad van dinsdag 29 januari heeft mij verrast, aangenaam verrast. Hij zegt: “Natuurlijk heeft Jezus echt bestaan. Een echte rebel moet hij zijn geweest, die geen lang leven beschoren kon zijn… Je moet een onderscheid maken tussen de historische Jezus en de Jezus zoals hij gepreekt wordt in de evangelies. De onbevlekte ontvangenis moet je niet letterlijk interpreteren. In de bijbel gebeurt dit wel vaker bij maagden. Het is een mooie manier om te zeggen dat die Jezus al van bij de bevruchting “gene gewone” was. Voorts is Maria gewoon thuis bevallen. Bethlehem is daar achteraf bij gesleurd omdat dat de oude koningsstad was. De evangeliën zijn eigenlijk achterstevoren geschreven: de dood en de verrijzenis van Jezus kan je lezen als een historisch relaas, maar dat is naderhand geprojecteerd op zijn geboorte.” Mooi hé. Niemand gelijkt beter op een ouderwetse pastoor dan een vrijdenker, Jan. Er bestaat geen beter voorbehoedsmiddel tegen de vrije gedachte dan de oubollige manifestaties van het Humanistisch Verbond en de Oudervereniging voor de Moraal.
Ook ik heb een periode doorgemaakt waarin ik, bij wijze van spreken, elke morgen een pastoor tussen mijn boterham legde. Dat had ik niet van familie of van school, maar zelf gekozen en zelf ontwikkeld. Van de z.g. liberalen had ik niets gekregen: zij zagen mij niet eens staan. Alles wat ik in mijn jeugd vanuit die hoek ervaren heb, was flauw conventioneel en hopeloos conservatief. Dat ik in die jaren de kern van het liberalisme niet leerde kennen, is hun schuld. Ik ken mijzelf (nog net) niet genoeg om het met klem te beweren, maar ik heb de indruk dat ik mijn vrij denken aan mijn “katholieke” opvoeding te danken heb. Zij heeft mij een uitweg gelaten. En tenslotte was voor mij de geschiedenis van de Kerk een voorbeeld van hoe het niet moest - dus een waardevol vergelijkingspunt. Het drong tot mij door dat de vrijdenkers gewoon te min en te klein waren om het klerikalisme een serieuze hak te zetten, en dat een denkomwenteling veeleer binnen de Kerk zelf zou ontstaan. Nog later begreep ik dat het veel passender en billijker is, de priester voor het volk te waarschuwen dan het volk voor de priester. Zij hebben het niet gemakkelijk, deze partizanen van hun God. Zij zijn meestal op zichzelf aangewezen, met weinig religieuze intendance, van vele kanten gewantrouwd. Zij hebben geen typische thuis meer. Zij leven van dag tot dag, zoals de massa wel moet leven. Hun broodje was gebakken - maar zij hebben zich, als verloren zonen, in een existentieel avontuur gestort. En… precies daarop waren ze niet voorbereid! Een reden te meer om ze niet te benijden. Ze zijn allen symbool en exponent van de dolende, zoekende mensheid. Ik wil graag met Nietzsche te hunner ere besluiten: “Maar mijn bloed is met het hunne verwant; en ik wil mijn bloed ook nog in het hunne geëerd weten” (Aldus sprak Zarathustra).
Joris |
|
|
duisternis omsiert mijn nietige gestalte
als mars in de macrokosmos, nog net niet ingedaald
er glinstert een ster met een gehalte
er heerst oestrogeen in dit menselijk gestalte
in overmaat, ik voel me half vrouwelijk
maar dit mag niet zo zijn, het mag niet
ik ben man en dat wil ik blijven
zo overlegden teel- en bijbal in de hermafrodiet
alles verandert, er wordt maar toegevoegd
of je moet hormonen slikken
je weet later pas waarom
je hebt wel ‘t geluk, want je groeit niet krom
|
| |
De strenge geschriften verbieden me
Je aan te raken ter hoogte van de hals
Je op de tram te kietelen onder de oksels
Of tussen de witte plooi van je nieren
Een levend teken aan te brengen
Mijn stille stem drukken op je lippen
En ik word steevast zonder verhaal
Verbannen naar een Siberisch eiland
Of naar de Limburgse steenkoolmijnen
De koortsige achterdocht van onze pantsers
Dynamiteren onverbiddelijk elke ontmoeting
Van de innig trillende cellen in onze darmflora
En van onze hunkerende zielsverwante waarheden
Ik treur een heimwee een epidemische treurnis
En mijn soepele haarvaten slibben dicht
Mijn huid lijkt wel onbreekbaar plastic
Of vergulden opgepoetste schubbenplaten
De hemelse muziek is veranderd in eeuwig ijs
En genadeloos versteend in tabletten en partituren
De verkoelde trommels en trompetten herhalen
Al tijdperken lang onze verstijfde stembanden
En het programma van onze omgekochte tong
Al die recepten voor geveinsde handdrukken
Die voorgeschreven en gesubsidieerde knuffels
De voorspelbare standjes die men seks noemt
En met onze robotbenen lijken alle straten eender
En ik en jij
Die weten dat we elkaar zijn ontzegd
En dat de machines steeds sneller draaien
Horen op tijd en stond
Die obscene woorden van de Muze
Die voetzolen strelen en ons blozen doet
En we vragen niet naar haar naam
Of waar ze woont of werkt
Naamloos kruipen we in die vreugde
Behoeden onze binnenkamers voor kanker
De poëzie
Die wilde ontembare muziek
Ontwapent alle rituelen en uniformen
|
| |
| |
“Vergeten?”, zegt de man, “Ik weet niet wat het betekent. Gedurende gans mijn leven heb ik veel verborgen maar niet vergeten. Vergeten zal het zijn als ik dood ben, want dan kan het verborgene niet meer teruggevonden worden. Maar goed ook, want wat ik verborgen heb is niet bedoeld om gevonden te worden. Misschien is dat wel vergeten.”
Hij staat op, kijkt door het raam. Wolken drijven voorbij en zonlicht valt op zijn gezicht. Hij zegt, “Soms verberg ik mezelf maar wil niet dat ik vergeten word.”, en gaat terug zitten.
|
| |
| Razor's Edge: |
| Een nieuwe uitgave is voorzien voor oktober 2007:
"Voorgaande Naloper"
gedichten van Ridder Maularia Fist

|
DE 50 MEESTERDICHTERS
van de Lage Landen bij de zee 2007-2008 ZIJN BEKEND! |
50 Nederlandstalige dichters werden geselecteerd om lid te worden van het dichtersgenootschap “De 50 Meesterdichters van de Lage landen bij de zee”.
Sommigen onder hen hebben hun proefperiode van één jaar als “solliciterende Meesterdichter” bijna achter de rug. Na deze periode worden zij “Meesterdichter”.
Het zijn (in alfabetische volgorde en niet volgens de datum van hun selectie):
Marcella Baete, Bert Bevers, Frans de Birk, Annette van den Bosch, John Brookhouse, Marc Bungeneers, Gunnar Callebaut, Martin Carrette, Greta Casier, Frans Claus, Jeannine Debbaut, Lidy De Brouwer, Pierre Declerck, Leni De Goeyse, Jenny Dejager, Thierry Deleu, Luc Demiddele, Ferre Denis, Gwen Deprez, Marleen De Smet, Astrid Dewancker, Germain Droogenbroodt, Fernand Florizoone, Ludo Geloen, Hejatomsma, Patricia Lasoen, Paul van Leeuwenkamp, Frédéric Leroy, Cathy Mara, Mark Meekers, Peter Motte, Edith Oeyen, Ruud Poppelaars, Eric Rosseel, Annmarie Sauer, Maurits Sterkenburg, Pien Storm van Leeuwen, Ina Stabergh, Annemieke Steenbergen, Jet van Swieten, Henri Thijs, Guy Vandendriessche, Yerna Van Den Driessche, Eric Vandenwyngaerden, Jozef Vandromme, Jan Van Loy, Dirk Vekemans, Katelijn Vijncke, Pom Wolff, Peter Wullen.
Inlichtingen: zie onze website of bij |
| |
Voel je je aangesproken om ook ridder te worden?
Via de sectie ridder worden op de website krijg je meer informatie over toetreding tot de orde. Man of vrouw, computeringewijde of -leek, iedereen met een gezonde drang naar kennis en absurditeit, komt in aanmerking.
Meewerken aan The Razor?
Meewerken aan The Razor vereist geen lidmaatschap! De Grootmeester oordeelt over de eventuele plaatsing van uw bijdrage. Stuur uw bijdrage naar de Grootmeester. |
|

http://www.knightsrazor.com
|
|
| |
| |
 |
| foto's Ridder Parzival |
|